Bescherming van de Gierzwaluw

Ieder jaar zo vlak voor Koninginnedag wanneer menigeen de zolder opgaat om de oude spullen te verzamelen voor de vrijmarkt, speuren de bewonderaars van de gierzwaluw de hemel af om de eerste vogels te ontdekken. Wanneer de vlaggen en oranje wimpels zijn uitgestoken en de weersomstandigheden goed zijn dan kunt u misschien boven de stad of dorp hoog in de lucht de eerste gierzwaluwen ontdekken.

 

Een echte vliegkunstenaar


Gierzwaluw

De vogels die vanuit zuidelijk Afrika zijn gearriveerd komen hier om hun nest op te zoeken, te broeden en 2 of 3 jongen groot te brengen. Eind juli begin augustus zijn ze plotseling al weer verdwenen. Daarmee is de gierzwaluw maar 3 maanden in Nederland voor de hele broedcyclus. De Gierzwaluw is groter dan de andere zwaluwsoorten waarvan ze overigens geen familie zijn, we zien ze meestal in groepjes bij elkaar. Gierzwaluwen hebben een donkerbruin verenkleed en een lichtere keelvlek .Door de lange smalle gebogen vleugels die naar achteren zijn gericht en de korte gevorkte staart lijken de vogels in de lucht op ankertjes. De naam Gierzwaluw heeft niets met de aaseter te maken maar verwijst naar het gierende geluid dat de vogels maken als ze elkaar speels met hoge snelheden achterna zitten. Het is een genot deze luchtacrobaten te volgen. Het zijn echte vliegkunstenaars die dag en nacht in de lucht verblijven. Net voor het donker wordt verzamelen de niet-broedende gierzwaluwen zich en stijgen dan onder luid geroep samen naar een hoogte van 1000 tot 3000 meter. Tijdens de nacht zweven ze rustend in een soort halfslaap met trage vleugelslag heel langzaam naar beneden. Alleen in de nestperiode hebben broedvogels contact met de aarde. Ook de pootjes van de gierzwaluw zijn aangepast aan een vliegend bestaan, ze zijn bevederd. De vier naar voren gerichte tenen met scherpe nagels maken het mogelijk zich aan verticale wanden vast te klampen. De niet-broedende vogels zien we aanhaken bij de invliegopeningen wanneer ze controleren of de nesten in de kolonie nog steeds zijn bezet. Het aanhaken zien we ook incidenteel wanneer de vogels tijdens de trek door aanhoudend slecht weer in de problemen komen en zich voor de nacht vastklampen aan muren, masten en soms gebladerte van bomen, zo proberen ze energie te sparen. Op de grond zijn ze onhandig de korte pootjes zijn minder geschikt om te lopen, het is een soort schuifelen dat alleen nodig is om het nest te bereiken dat soms op enige afstand van de invliegopening is gemaakt. Wanneer een gierzwaluw op de grond wordt aangetroffen is er iets mis, uitputting of een ongeluk zijn meestal de oorzaak. Jonge vogels die te herkennen zijn aan de witte zoompjes rond de veren kunnen het nest door voedselgebrek of hitte te vroeg hebben verlaten. Tijdens een hittegolf in juni of juli of tijdens een periode met aanhoudend slecht weer kunnen er op tal van plaatsen jonge gierzwaluwen op straat worden gevonden.

 

Cultuurvolger

Voordat de gierzwaluw zich heeft aangepast aan de menselijke bebouwing maakte deze holenbroeder zijn nest in rotsspleten in bergachtige streken of in oude spechten holen aan de rand van de bossen. In de periode dat de steden zich ontwikkelden ontstond er voor de gierzwaluw een omgeving waar hij een nestplaats kon vinden. De gierzwaluw is in de loop der jaren als cultuurvolger afhankelijk geworden van de menselijke bouwactiviteiten Boven de steden met de open riolen waren voldoende vliegende insecten. In de middeleeuwen kende de bevolking de gewoonte van de gierzwaluw om steeds weer het zelfde nest te gebruiken en bracht speciale nestopeningen aan in de muren van de bebouwing om zo ieder jaar jonge gierzwaluwen op het menu te hebben. In noord-oost Italië werden er vroeger voor dit doel zelfs speciale Gierzwaluwtorens gebouwd .

 

Plaatsgetrouw

Helaas zien we dat de broedgelegenheid voor de gierzwaluw snel afneemt Steden worden in hoog tempo heringericht, fabrieken kerken en andere grote gebouwen verdwijnen uit de kern van de stad . Deze gebouwen met een flink dakoppervlak werden vaak wat minder zorgvuldig onderhouden en boden door een scheve dakpan of een opgewaaide loodslab onderdak aan de gierzwaluwen. De nieuwe gebouwen zijn vaak van een plat dak voorzien en de gebruikte materialen en nieuwe bouwtechnieken bieden de gierzwaluw geen toegang meer tot een broedruimte. Helaas is het ook nog zo dat de Gierzwaluw zeer plaatstrouw en niet erg flexibel is wanneer er naar een nieuwe nestruimte moet worden uitgeweken. Er zijn voorbeelden bekend van een pand dat gesloopt werd. De broedvogels bleven nog het hele broedseizoen aanvliegen op de plek waar eerder de invliegopening was gesitueerd. Het was alsof de vogels niet konden beseffen dat het nest verdwenen was. Een wat minder goede eigenschap van de gierzwaluwen die we ze eigenlijk niet kunnen aanrekenen als we beseffen hoe knap het is om ieder jaar na tienduizenden kilometers te hebben gevlogen precies weer het nest terug te vinden op rij 6 tweede pan van links. Maar ook als we beseffen hoe buitengewoon de vogels zich hebben aangepast om te kunnen overleven. Zo kunnen jonge vogels op het nest wel tot 6 dagen zonder voedsel overleven, ze komen in een soort winterslaapachtige toestand wanneer een periode met aanhoudend slecht weer het ouderpaar dwingt om te gaan foerageren op plaatsen waar wel voldoende luchtplankton te vinden is. De adulte vogels kunnen dan even uitwijken naar bijvoorbeeld Parijs of Moskou.

 

Kunstmatige nestgelegenheid

Uit onderzoek van Sovon naar de nestplaatskeuze van de Gierzwaluw in Nederland blijkt dat verreweg de meeste nesten voorkomen in objecten waarvan de daken gedekt zijn met oude holle pannen en zijn voorzien van een steil puntdak, Mansardedak of een Franse kap. Ook de dakpannen van de oude huizen in het centrum van de steden en dorpen worden vervangen door moderne pannen die beter in elkaar passen en zo wordt ook daar de gierzwaluwen buitengesloten. Gelukkig kunnen gierzwaluwen worden geholpen door het aanbrengen van kunstmatige nestgelegenheid. Zo is het mogelijk om speciale gierzwaluwpannen aan te brengen. Bij dakrenovaties is het van belang om de pannen zo precies mogelijk op de oude nestplekken te plaatsen. Verder is het mogelijk om in nieuwbouw betonnen neststenen op te nemen in het metselwerk dit is een duurzame oplossing die verder weinig of geen onderhoud vergt. Stichting Gierzwaluwenwerkgroep-Nederland heeft een nestkast ontworpen die verholen in de buiten gevel kan worden ingemetseld. Alleen een keramisch invliegpijpje of een betonnen invliegsteentje zijn zichtbaar in de gevel. Een andere oplossing is om aan bestaande gebouwen op noord en oost muren nestkasten te plaatsen. Nestkasten kunnen alleen op het zuiden en westen worden aangebracht wanneer ze in de schaduw kunnen worden geplaatst van overhangende dakgoten .Gierzwaluwen zijn koloniebroeders dus wanneer het mogelijk is kunnen het best 2 of 3 nestgelegenheden bij elkaar worden aangebracht, zijn deze kasten bezet dan kan de kolonie worden uitgebreid. Het is bij gierzwaluwen niet zo gemakkelijk om de kunstnesten bezet te krijgen. De snelste resultaten worden behaald door bij bestaande kolonies nieuwe nestgelegenheid aan te bieden. Dit is samen met het opsporen en beschermen van de bestaande kolonies de meest effectieve manier om de Gierzwaluwen te beschermen. Maar ook op plaatsen waar nog geen gierzwaluwen broedden kan nestgelegenheid worden aangebracht. Een gierzwaluw moet ooit de eerste zijn geweest in bestaande kolonies. Is een nestplaats eenmaal bezet dan komen normaal gesproken ieder jaar de gierzwaluwen weer terug

 

Conservatief

Het is dus moeilijk te begrijpen waarom de kunstnesten niet sneller worden bezet. Het vermoeden rees dat de vogels misschien wel moeite hebben om de nieuwe nestplaats visueel te herkennen. Gierzwaluwen moeten vliegend een nestplaats ontdekken en die met vrij grote snelheid binnengaan. Dat kan wel eens fout gaan misschien hebben de gierzwaluwen daardoor een voorzichtige houding ontwikkeld ten op zichte van nieuwe onbekende nestholten. We zien dat gierzwaluwnestkasten of neststenen die eerst bezet zijn door spreeuwen, mezen of mussen sneller worden bezet door gierzwaluwen. Op deze manier weten ze dat ze een veilige nestruimte binnen vliegen, misschien speelt ook de aanwezigheid van voldoende nestmateriaal een rol. Omdat de gierzwaluwen zeer plaatstrouw en conservatief zijn is het goed voor een nestkast te kiezen die lijkt op de nestruimte die de vogels al kennen. Denk daarbij aan bijvoorbeeld de positie van het invlieggat. Gierzwaluwen maken hun nest van alles wat in de lucht zweeft of roven soms nestmateriaal bij mussen en spreeuwen. Dat materiaal wordt met speeksel aan elkaar geplakt. Er word de hele broedperiode aan gewerkt en het duurt soms jaren voor het een behoorlijk nest is. De gierzwaluwwerkgroep Zwitserland is enkele jaren geleden begonnen met een experiment om met geluid van gierzwaluwen de vogels naar de nestkasten te lokken, de resultaten waren positief.

 
Hans Remmen / Verschenen in de Geaflecht van juni 2002

« terug naar overzicht artikelen