Blauwe kikkers in Friesland

(herzien oktober 2005)

 

Normaal gekleurde groene kikker

In 1993 kwam bij mij een melding binnen van een blauw gekleurde groene kikker. Het dier was gevonden in een tuinvijver in Terwispel. Er was mij reeds een geval bekend uit Grou, waar ooit een blauwe groene kikker was gevonden en waarvan het Fries Natuurmuseum in Leeuwarden een dia bezit. In 1996 kwamen plotseling zes meldingen binnen van blauwgekleurde groene kikkers die in Fryslân werden gevonden en in 1998 waren er zelfs acht meldingen. In 'Lacerta', het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor Herpetologie en Terrariumkunde, moest meer dan 45 jaar terug worden gegaan om eerdere meldingen van blauwe groene kikkers in ons land te kunnen vinden. Tot op heden (2005) kwamen er maar liefst 45 meldingen van blauwe groene kikkers bij mij binnen. Waarvan 39 uit de provincie Fryslân, de rest van de waarnemingen kwamen elders uit het land en bereikten mij merendeels via de herptogeografische dienst van de Universiteit van Amsterdam.

 

Cyanisme


Blauwe adder van de Lippenhuisterheide

Een blauw en een geel huidpigment geven samen de groene kleur aan onze groene kikkers. Soms ontbreekt door genetische oorzaken het gele pigment en kleurt de kikker blauw. Deze blauwkleuring noemt men cyanisme. Cyanisme komt ook voor bij groengekleurde reptielen, zoals de Smaragdhagedis en de Zandhagedis. Zelfs bij de Levendbarende Hagedis komt cyanisme voor. Ruim dertig jaar terug vond ik op de Lippenhuisterheide hiervan een aantal blauwe exemplaren. Ook bij de Adder kan dit verschijnsel voorkomen. Tot nu toe zijn er twee meldingen van blauwe Adders uit Fryslân bekend, namelijk van de Heide van Duurswoude en de Lippenhuisterheide.

 

Kikkerproef


Blauwe kikker Olterterp

Het blauwkleuren van groene kikkers moet overigens niet worden verward met de blauwe kleur die mannelijke dieren van de Heikikker en een enkele maal de Bruine kikker in de paartijd aannemen. Dit gebeurt door aanmaak van geslachtshormonen en is van tijdelijke aard. Op dit verkleuren was vroeger de 'kikkerproef' gebaseerd. Bij een groene kikker werd de hypofyse (een hersenaanhangsel dat hormonen produceert, waaronder een hormoon die van invloed is op de kleur van de kikker) verwijderd. De kikker werd door het ontbreken van dat hormoon geelwit van kleur. Door het dier vervolgens in te spuiten met urine van een vrouw die vermoedde in blijde verwachting te zijn, kleurde de kikker weer groen. In de urine van een zwangere vrouw zit namelijk het ontbrekende hormoon. Later werd voor dit doel de Afrikaanse Klauwkikker gebruikt, aangezien deze dieren gemakkelijk in gevangenschap te kweken zijn. De test verliep iets anders. De vrouwelijke dieren werden ingespoten met urine, waarna - indien de vrouw zwanger was - de kikkers spontaan eieren afzetten.

 

Kleurbeschrijving


Ook de buikpatronen zijn aan veranderingen onderhevig

Bij alle binnengekomen meldingen was er bij de dieren sprake van een 'hemelsblauwe' kleur. Verder waren de dieren meestal bedekt met kobaltblauwe vlekken. Bij sommige kikkers ontbrak de geelfactor niet geheel en was nog iets van de oorspronkelijke groene kleur te bespeuren. Over de rug liep meestal een lichte streep. De keel, buik en onderkant van de poten waren roomkleurig. De dorsolaterale lijst (een huidverdikking die loopt vanaf het oog naar de liesstreek) was vaak iets roodbruin gekleurd. Overigens bleken de dieren - net als alle amfibieën - van kleur te kunnen veranderen. De oorzaak hiervan is gelegen in het feit dat de dieren in hun huid tal van zintuigcellen (receptoren) hebben die gevoelig zijn voor prikkels als licht, geur, temperatuur en aanraking. Vooral in het directe zonlicht waren de dieren prachtig blauw. Als ze een tijdje in het donker hadden gezeten, kleurden de dieren - op de rugstreep na - zeer donker tot bijna zwart. Dit verschijnsel is ook bekend bij amfibieën die pas uit de winterslaap komen. De Bruine kikker kan na de winterslaap zo donker van kleur zijn dat de donkerbruine temporaalvlek (driehoekige vlek achter het oog) zelfs niet meer te onderscheiden is. Vermoedelijk een combinatie van licht en temperatuur. Een blauwe kikker waarvan ik enkele maten opnam en het geslacht bepaalde, verkleurde in enkele minuten van hemelsblauw naar bijna modderzwart. Ook de roomkleurige huid aan de onderzijde was aan verkleuring onderhevig. Er verscheen een donkere, netvormige tekening als de dieren werden gestoord. In Akkrum werd een dier gevonden dat afweek van de rest van de blauwe kikkers. Dit dier was namelijk overwegend grijs gekleurd.

 

Veen- en zandgrond

Van de in totaal 39 gevonden blauwe groene kikkers in Fryslân hielden 13 dieren zich op in tuinvijvers. De overige 26 waarnemingen werden in het vrije veld gedaan, waar ze in sloten, plassen en vaarten werden gesignaleerd. Eén dier werd dood in Grou gevonden. De meeste meldingen komen van veen- en zandgronden. Alleen de meldingen uit Franeker, Stiens, Sneek, Doyem, Kimswerd en Ternaardkomen uit gebieden die op zeeklei liggen. In totaal negen dieren, waarvan drie dieren zich in tuinvijvers bevonden en dus onder andere omstandigheden leefden. De meldingen uit de buurt rond Leeuwarden, Akkrum en Grou zijn grensgevallen. Dat uit de zeekleigebieden relatief weinig meldingen komen, komt door de ongeschiktheid van het biotoop en heeft vermoedelijk alles te maken met het landgebruik, de waterbeheersing en het hoge zoutgehalte.

 

Conclusie


De grijze kikker uit Akkrum

Tot nu toe zijn bij mij 45 meldingen binnen gekomen, waarvan 39 uit de provincie Fryslân. De vraag dringt zich op of de laatste decennia het aantal blauwe kikkers dan ook toeneemt. Na een dramatisch dieptepunt in de zestiger jaren, vertoont de kikker in ons land weer een stijgende lijn. En waar meer kikkers zijn, kunnen ook het aantal afwijkingen toenemen. Niet uit het oog moet worden verloren dat de belangstelling voor deze diergroep de laatste jaren ook erg is toegenomen. Men raakt er steeds meer van overtuigd dat de kikker door zijn tweeslachtige levenswijze kan dienen als een belangrijke milieu-indicator, waaraan heel goed kan worden afgelezen hoe het met ons milieu is gesteld. Waarom Fryslân er met maar liefst 39 meldingen zo uitspringt, heeft misschien meerdere oorzaken. Het kan zijn dat de genetische kleurafwijking zich het sterkst manifesteert in Fryslân, met zijn vele waterpartijen. Op vele plekken werden vaak meerdere dieren gezien. Zo kwamen er uit Kimswerd in twee jaar tijd niet minder dan vier verschillende meldingen. Een andere oorzaak kan zijn dat de Friese bewoners en met name de jeugd nog wat dichter bij de natuur staan. Ook kan het zijn dat vooral de nieuwsmelding in de plaatselijke kranten doorslaggevend is. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen. Persoonlijk denk ik toch dat vooral de Leeuwarder Courant in Fryslân een voorname rol speelt. Mensen zien wel vaker afwijkingen in de natuur, maar herkennen die wellicht niet als zodanig, als ze daar niet op worden geattendeerd. Vaak weet men ook niet waar ze met hun melding naar toe moeten. Zo gauw via de krant enige ruchtbaarheid aan een dergelijke vondst wordt gegeven, trekken meer mensen aan de bel.

 

Blauwe kikkers

Foto A en foto B betreft dezelfde kikker. De kikker op foto A is bezig te verkleuren en heeft een tussenfase bereikt.

 

Blauwe kikker Drachten
 

Blauwe kikker Kimswerd
 

Blauwe kikker Sneek

In de buurt van de navolgende plaatsen werden blauwe groene kikkers gevonden.

Akkrum (1); Bantega (1); Burgum (1); Doijem (1); Drachten (4); Elsloo (1); Franeker (1); Grou (2); Heerenveen (1); Jubbega (1); Kimswerd (4); Leeuwarden (3); Luinjeberd (2); Oudega (Drachten) (1); Oudehorne (1); Olterterp (4); Rijs (1); Sneek (1); Ternaard (1); Terwispel (1); Stiens (2); Warten (2); Veenhoop (1); Wijnjewoude (2).

 
Jelle Hofstra / Verschenen in de Geaflecht van september 1996

« terug naar overzicht artikelen