Blauwtjes

Een teken van het voorjaar is altijd weer het verschijnen van de eerste vlinders zoals de Citroenvlinder, Dagpauwoog en Kleine Vos. De vlinders overwinteren in schuren, houtbulten of in groenblijvende heesters. Andere vlindersoorten overwinteren in het popstadium. Als het in april heerlijk warm wordt komen deze vlinders uit de pop. Dit geldt voor het Oranjetipje en het Boomblauwtje. Als men dus deze kleurrijke dagvlinders ziet vliegen is het pas echt lente!

 

Boomblauwtje


Boomblauwtje

In 2000 zijn de eerste Boomblauwtjes (Celastrina argiolus) in Hemrik gesignaleerd op 11 april door de heer Postma. Een week later, met nog warmer weer, kwamen er meer meldingen binnen o.a. uit Terwispel door mevrouw Geertsma. Het Boomblauwtje heeft blauwe bovenvleugels met zwarte randen. In rusthouding met de vleugel omhoog geklapt, ziet men alleen de zilverkleurige onderkant. De vleugellengte is 13 - 16 mm. De rups leeft o.a. op Vuilboom, Wegedoorn en Heide. De vlinder heeft twee generaties per jaar, d.w.z. tijdens één jaar maakt het Boomblauwtje tweemaal de cyclus van ei-rups-pop-vlinder door. In april zien we de vlinders van de eerste generatie. De tweede generatie vliegt in juli/augustus. Het Boomblauwtje komt algemeen voor in loofbossen en ook in steden.
Er zijn nog drie andere blauwtjes die men in Friesland kan tegenkomen; maar die vliegen altijd pas later in het seizoen: juni, juli en augustus. In het kort worden hier deze drie soorten beschreven.

 

Icarusblauwtje


Icarusblauwtje

Het Icarusblauwtje (Polyommatus icarus) is een algemene dagvlinder in Nederland. In Friesland komt dit blauwtje vooral voor op de Waddeneilanden. Op het vaste land ziet men deze vlinder in de wegbermen met Rolklaver, de voedselplant van de rups. De mannetjes zijn lichtblauw aan de bovenkant en hebben op de onderzijde veel stippen en oranje vlekken op een grauwe achtergrond. De vrouwtjes zijn bruin aan de bovenkant en hebben een bruine achtergrondkleur op de onderzijde. De vleugellengte is 13 - 16 mm. De vliegtijd is juni, juli en augustus.

 

Heideblauwtje


Heideblauwtje

Het Heideblauwtje (Plebejus argus) komt alleen voor op droge en vochtige heidevelden. Het mannetje is op de bovenkant helderblauw met een brede zwarte band langs de vleugelrand. Het vrouwtje is bruin aan de bovenkant. De onderzijde van de vleugels heeft stippen en een opvallende oranje band. De vleugellengte is 11 - 14 mm. Het Heideblauwtje vliegt vanaf juni voedselzoekend op de bloeiende Dophei en later Struikheide. Soms kan het aantal op een stukje heide zeer groot zijn. Men ziet dan zelfs een "wolk' blauwtjes opvliegen als men door de heide loopt. De rups leeft op Heide en allerlei kruiden die tussen de heide groeien. Door het verschil in kleur en grootte kan men het Heideblauwtje van het Icarusblauwtje onderscheiden.

 

Gentiaanblauwtje

Het Gentiaanblauwtje (Maculinea alcon) is een sterk bedreigd blauwtje. De vlinders komen nog voor op enkele vochtige heideterreinen met Klokjesgentiaan, de voedselplant van de rups. Halverwege het rupsenstadium verplaatst de rups zich van de voedselplant naar een mierennest. Hier leven de rupsen o.a. van mierenbroed en verandert de rups van herbivoor naar carnivoor! Het Gentiaanblauwtje is aan de bovenkant lichtblauw en aan de onderkant grijsbruin met donkere stippen. De vleugellengte is 16 - 19 mm., dus groter dan de andere Blauwtjes. De vliegtijd is juli en augustus. Door de achteruitgang van het biotoop en de zeer gespecialiseerde leefwijze wordt het Gentiaanblauwtje in zijn bestaan ernstig bedreigd. Het kleinschalig plaggen blijkt het beste beheer te zijn voor het Gentiaanblauwtje.
Met bovenstaande informatie moet het mogelijk zijn om één of meer van deze Blauwtjes te ontdekken in onze omgeving.

 
Jannie en Siep Sinnema / Verschenen in de Geaflecht van maart 2009

« terug naar overzicht artikelen