De Zeearend

Zij die op een gelukkig moment ooit eens een zeearend in glijvlucht hebben gezien, zullen deze bijzondere belevenis niet licht vergeten. Deze gelukkigen spreken van een imposante verschijning die veel indruk op hen heeft gemaakt. Helaas is het tegenwoordig een uiterst zeldzame verschijning. Maar wanneer we diverse kranten artikelen mogen geloven gaat dit binnenkort veranderen.

 

Een vliegende deur


De zeearend is de grootste Europese roofvogel met een lengte van 77 tot 95 cm en een vleugelspanwijdte van 200 tot 250 cm. Met zijn opvallende krachtige, helder gele haaksnavel en imposante klauwen is het een machtige verschijning. Menigmaal wordt hij ge(mis)bruikt als symbool van vrijheid, kracht en onafhankelijkheid. Dit beeld is niet altijd terecht want aas versmaadt de zeearend zeker niet; hij geeft er zelfs de voorkeur aan boven de vermoeiende bezigheid van zelf een prooi zoeken en doden. Ook is hij niet te beroerd om een andere predator zijn prooi af te nemen.
Karakteristiek zijn de enorme plankvormige vleugels die aan het eind sterk 'gevingerd' zijn. Ook tijdens de vlucht lijken deze vleugels letterlijk zo stijf als een plank. Daarom word hij ook wel eens 'de vliegende deur' genoemd.
De volwassen vogels hebben een in verhouding opvallend korte, witte wigvormige staart en hun kop, hals en borst heeft ook vaak een lichte, dikwijls witte kleur.
De zeearend bouwt zijn omvangrijke nest op moeilijk toegankelijke rotsen of in hoge oude bomen. Het nest wordt elk jaar opnieuw gebruikt en uitgebreid. Enorme horsten die soms wel 1000 kilo wegen zijn dan ook geen uitzondering.

 

Zeearenden in west-Europa

De zeearend komt tegenwoordig weer in redelijke populaties voor in Scandinavische landen en ook in noord-Duitsland, Polen en de Balkan komen nog populaties voor. In west-Europa is hij verder verdwenen; jacht, milieuvervuiling en vernietiging van zijn natuurlijke leefomgeving hebben een zware slag toegebracht aan het aantal zeearenden.
Zeearenden die hier als zeldzame gast worden gesignaleerd zijn vaak eerste- of tweedejaars vogels. De kenmerken van deze jonge vogels zijn minder sprekend dan de volwassenen: geheel donkerbruin met lichtere vlekken en een donker gekleurde snavel.
Dat het vooral jonge zeearenden zijn die we hier op een zeldzaam moment kunnen waarnemen, komt omdat sommige jonge vogels omstreeks september/oktober het ouderlijk territorium verlaten en gaan zwerven. De hier 's winters gesignaleerde jonge zeearenden zijn voor het grootste gedeelte afkomstig uit een populatie die nog in Mecklenburg (Duitsland) leeft. Dat deze vogels zich tot hier vertonen is opmerkelijk omdat de zeearend als enige roofvogelsoort een sterke band heeft met zijn leefgebied en niet zelden in groepen sociaal bij elkaar blijft leven. Het is dan ook waarschijnlijk dat de hier gesignaleerde jonge zeearenden gedreven zijn door honger

 

Zeearenden in Opsterland

Hoewel nooit echt talrijk was de zeearend in de vorige eeuw een vrij algemene verschijning in Nederland. Ook in Friesland werd de zeearend regelmatig gezien en in sommige jaren was de soort hier relatief talrijk te noemen, met name in de gemeente Opsterland en in Gaasterland. Na 1900 nam het aantal zienderogen af en bleef beperkt tot enige tientallen waarnemingen. Nog op 10 februari 1974 werd rondom Olterterp een zeearend gezien. Op 16 april 1973 werd boven Van Oordts Mersken ook een zeearend waargenomen en eveneens boven Terwispel op 4 januari 1958 om maar een paar gevallen uit de omgeving te noemen. We kunnen dus wel stellen dat de zeearend van oorsprong hier in Nederland thuishoort.

 

WNF wil handje helpen

Of de zeearend in Nederland ooit een regelmatige broedvogel is geweest wordt betwijfeld en is nog steeds een twistpunt tussen vogelkenners. Zeearendkenner Bjöm Helander uit Zweden geeft Nederland geen kans op een spontane terugkeer van de zeearend en ook hij betwijfelt of de zeearend hier ooit wel een regelmatige broedvogel is geweest.
Volgens het Wereld Natuur Fonds (WNF) hoort de zeearend hier van nature thuis. Omdat de zeearend waarschijnlijk niet uit zichzelf terugkeert, wil het WNF de zeearenden een handje helpen door een aantal jaren achtereen jonge zeearenden uit te zetten. Daartoe heeft het WNF officieel een verzoek ingediend om te mogen overgaan tot het uitzetten van zeearenden, bij de directie Natuurbeheer van het ministerie van LNV.
Merkwaardig eigenlijk, eerst is de zeearend hier en elders uitgemoord; daarna moeten goedwillende mensen op hun knieën vragen of het de heren belieft dat de zeearend zijn rechtmatige plaats

 

Handje helpen of geduldig afwachten?

Toch komen er uit onverwachte hoek ook bedenkingen tegen deze plannen. De Vogelbescherming vraagt zich af of het wel verstandig is tot uitzetting van zeearenden over te gaan. Beide organisaties - het WNF en de Vogelbescherming - willen de zeearend terug maar hebben verschillende opvattingen over hoe dat moet gebeuren.

Deze tegenstrijdige opvattingen m.b.t. de zeearend staan niet op zichzelf maar hebben postgevat binnen het totale natuurbeschermingsgebeuren. Ook bij herintroductie van andere dieren die hier ooit eens hebben geleefd komen deze verschillende overwegingen terug. Te denken valt aan de plannen om bijvoorbeeld wolven, beren en lynxen uit te zetten op de Veluwe.

Ik zal proberen in het kort deze twee denkrichtingen weer te geven:

  1. Dier- en plantensoorten die hier van nature wel thuishoren maar die zijn verdwenen, moeten een handje geholpen worden om hun terugkeer te bespoedigen en veilig te stellen.
  2. Er wordt vanuit gegaan dat zonder hulp een verdwenen soort niet terug komt. De gedachtengang hierachter is dat als de zeearend met moderne middelen is uitgeroeid, je ze ook best mag proberen om ze met moderne middelen terug te krijgen.

De voor Nederland verloren gegane dier- en plantensoorten komen vanzelf wel spontaan terug wanneer hun levensvoorwaarden (voedsel, rust, broedgebied, enz.) zijn teruggekeerd. We moeten gewoon wat meer (ecologisch) geduld hebben.
Zoals zo vaak zal ook hier de waarheid wel in het midden liggen.

 

Voorwaarden

Een langdurige discussie over boven geschetste uitgangspunten doet de zaak van de zeearend in ieder geval geen goed. Zeker is, en dat geldt voor de zeearend net zo goed als voor alle andere dieren die we eventueel willen uitzetten; dat herintroduceren geen zin heeft wanneer we er niet voor zorgen dat de omstandigheden waardoor dieren en planten - in dit geval de zeearend - bij ons zijn verdwenen, zijn opgeheven.
Toch heeft volgens mij een opnieuw te introduceren vogel (maar dit geldt op een andere manier ook voor planten) meer kans op succes dan een landdier. Vogels kunnen zich relatief veiliger verplaatsen en zorgen voor minder 'overlast' met betrekking tot mensen in de omgeving.
De rol van de mens bij het verdwijnen van de zeearend alsmede talloze andere soorten, is in hoge mate dubieus; jacht, stroperij, verstoring, het gebruik van pesticiden (vooral DDT), zware metalen en pcb's, hebben de zeearend overal gedecimeerd of geheel uitgeroeid. Wanneer de woonomgeving is verslechterd of veranderd kan men honderden zeearenden uitzetten, maar die zullen onder zulke slechte omstandigheden steevast een jammerlijke dood vinden of naar elders vertrekken. Ook is ethisch gezien het experimenteren met dieren zonder een redelijk kans op overleven zeer bedenkelijk.
Wanneer de mens bereid is in sommige natte natuurgebieden een stapje terug te doen zou het best kunnen dat we de zeearend na verloop van tijd hier terug krijgen. Liefst op eigen kracht maar als het nodig is mogen we best wel een handje helpen. Bescheidenheid moet daarbij de boventoon voeren in plaats van pretenties, regelzucht en beheerszucht.

 

Kans op succes bij herintroductie

In tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden is de zeearend niet een uitgesproken zee- of kustvogel. Hij voelt zich ook thuis in rivierdelta's, bosmeren, zandbanken en uiterwaarden. Deze waterrijke omgevingen kunnen we met enige goede wil nog wel in Nederland vinden. Echter, wat de zeearend vooral ook nodig heeft, is rust en deze combinatie is in ons land bijna nergens meer te vinden.
De zeearend is weliswaar op rust gesteld, maar is verder niet al te veeleisend. Bovendien is de kans groot dat ze minder schuw voor mensen worden wanneer er niet meer op deze vogels gejaagd wordt.
De zeearend is de enige sociaal levende roofvogel, een groot territorium heeft hij dan ook niet nodig. Er zijn gevallen bekend dat ze met meerdere paren broederlijk in de buurt van elkaar broeden. Het voedsel van de zeearend bestaat voornamelijk uit vis, meerkoeten, eenden, enz. Voedsel dat in Nederland ruim voorhanden is. Ook dit hoeft op zich dus geen beletsel te zijn voor een poging de zeearend in Nederland terug te krijgen.
Er is echter wel een duidelijk zwak punt: de zeearend staat aan het eind van de voedselketen. Wanneer zijn prooi sterk vervuild is met pesticiden en andere chemische rotzooi is het lot van de zeearend snel beslecht. Ook hier moet de mens zijn verantwoordelijkheid eens echt nemen en maatregelen treffen die zoden aan de dijk zetten en zich niet verschuilen achter een mager compromietje. En wanneer we toch bezig zijn gunstige maatregelen te treffen om de zeearend terug te krijgen zullen we als natuurliefhebbers ook de hand in eigen boezem moeten steken en de nesten tegen verstoring beschermen; óók tegen al te enthousiaste vogelaars.

 

Succes in Schotland

Een voorbeeld dat de herintroductie van de zeearend best wel kans van slagen heeft, is Schotland. In 1916 legde de laatste zeearend in Groot-Brittannië het loodje. Geschoten, gestroopt, vergiftigd, van zijn eieren beroofd en andere 'verheven' menselijke activiteiten hebben de zeearend ook hier uitgeroeid.
Na een eerdere mislukte poging werden vanaf 1975 jaarlijks 4 tot 10 jonge zeearenden uit Noord-Noorwegen naar een afgelegen plaats in Schotland gebracht en volgens een geleidelijk, voorzichtig programma vrijgelaten. Helaas was het broedresultaat laag. Pas de laatste jaren zijn er succesvolle broedsels geconstateerd.
Gezien deze resultaten is het zeker niet verantwoord om in Nederland maar een paar zeearenden in de lucht te gooien en te verwachten dat er na korte tijd wel meer zullen komen. In Schotland werden de broedsels dag en nacht bewaakt. Ook in Zweden zijn omvangrijke bijvoederingsoperaties aan de gang om de zeearend te behouden. Het betreft hier bijvoederen met schoon onbesmet vlees. Zo hoopt men dat de broedresultaten zullen toenemen, doordat de bestrijdingsmiddelen langzaam uit het lichaam van de vogels verdwijnen. Bestrijdingsmiddelen hebben ook een desastreuze invloed op de kwaliteit van de eieren. Een dunne eierschaal en niet levensvatbare eieren zijn hiervan het gevolg.

 

Samenvatting

Samenvattend: wanneer we de zeearenden terug willen in Nederland zullen we naast een uitgebreid verantwoord plan, aan de volgende voorwaarden moeten voldoen:

  • Nesten tegen verstoring beschermen.
  • Grotere gebieden vrij maken van recreatiedruk.
  • Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen drastisch terugdringen.
  • Het belang van de vogelsoort dient voorop te staan.

Gezien het bovenstaande is de kans dat uitgezette zeearenden zich hier in de toekomst thuis zullen voelen klein. Ook uit zichzelf zal de zeearend Nederland het liefst links laten liggen. En we kunnen hem moeilijk ongelijk geven. We hebben het verprutst en gaan er rustig mee door. Een groeiend ecologisch besef moet het nog steeds afleggen tegen financieel gewin en kortetermijn denken.Pas wanneer de zeearend weer boven Nederland vliegt, kunnen we zeggen dat de politici hun woord hebben gehouden over natuurbehoud en een schoon milieu. Pas wanneer er weer grote populaties zeearenden zijn kunnen we spreken van een gezonde wereld, niet eerder!

Noot:

Inmiddels (2013) is het de Zeearend toch gelukt min of meer vaste voet aan de grond te krijgen in Nederland. In natte, uitgestrekte natuurgebieden als de Oostvaardersplassen (2006), Biesboch en het Lauwersmeergebied zijn jaarlijks opeenvolgende broedsuccessen te melden en kunnen we voorzichtig constateren dat de Zeearend zijn plekje in Nederland weer heeft ingenomen.

 
Tjeerd Geertsma / Verschenen in de Geaflecht van maart 1996

« terug naar overzicht artikelen