Dodaars

Kent u de dodaars? Het is een klein soort fuutje dat veel onderwater duikt. Dus de kans dat u hem niet ziet is groter dan andersom. Je moet ook weten waar ze te vinden zijn. In Utrecht slapen ze bijvoorbeeld onder de treurbeuken die met hun takken in de singel hangen. In mijn jeugd waren er nog strenge winters en veranderde het water in de plassen en meren in ijs. Niet leuk voor futen die voor hun voeding afhankelijk zijn van open water. Wel leuk voor vogelliefhebbers, want de dodaarzen concentreerden zich in de nog open wateren, zoals stromend water en stadswater.

 

Hinneken

Langs de Kromme rijn, de verbinding tussen Rijn en de singel rond Utrecht heb ik met succes heel wat afgespeurd naar die kleine fuutjes. Wil je succesvol zijn, dan is het zaak goed langs de oevers te kijken, met name op plekken met overhangend gras. Verscholen in de duisternis wachten ze daar vaak rustig af tot passanten gepasseerd zijn. In ijsvolle winters zijn er meer watervogels die moeite hebben met hun kostje bij elkaar te scharrelen. Hoewel reigers ook veel muizen eten winkelen zij graag aan de waterkant. Tja, en als daar dan een dodaars voorbij zwemt, dan slokt hij die in z'n geheel naar binnen. Althans, dat zag ik ooit gebeuren langs de Kromme rijn. Ooit haalde ik een dode dodaars onder het ijs vandaan. Deze was waarschijnlijk bij het duiken onder het ijs geraakt en niet had meer de uitweg gevonden. Door al die winter waarnemingen ging ik ervan uit dat de dodaars een wintergast was. Dat is ook juist, het zijn 's winters noordelijke dodaarzen die bij ons overwinteren. Maar sinds ik wel eens in het voorjaar het Lauwersmeergebied bezoek weet ik dat het ook een broedvogels is. Niet dat je daar dodaarzen ziet, maar je hoort ze des te meer. "Luide, hoge, "hinnekende" trillers, vaak in duet" zegt mijn vogelgids en dat neem ik maar over, want ik kan dat hoge gepiep zelf niet beter omschrijven. Met name in natte rietlanden kun je dit geluid aantreffen. De nesten zal je echter niet vinden op een gewone wandeling. Ze bestaan uit waterplanten en vormen drijvende platforms, soms verankerd aan overhangende takken. Eigenlijk gewoon nesten zoals we dat van de fuut kennen, maar dan veel meer verscholen in rietkragen.

 

Toepasselijke naam

De naam van deze 25 - 29 cm grote vogel kreeg voor mij pas echt betekenis toen ik met Vlamingen over dit dier sprak. Noemen wij hem Do-daars, in het Vlaams heet hij Dod-aars. Die Vlaamse naam is veel beter, want hij heeft opvallend veel veren (een dot) van achteren, maar vrijwel geen staart. Zijn korte nek en korte snavel versterken dit beeld ook nog eens. Ergens las ik, dat de naam te maken zou hebben met de gelijkenis van z'n stuitje met een uitgebloeide Lisdodde - de rietsigaren langs de waterkant. Jagers noemden vroeger de Dodaars ook wel "hagelzakje" Ze werden namelijk geschoten, gevild en binnenstebuiten gekeerd, om als zakje te worden gebruikt om de hagel voor het geweer in te doen. Maar gelukkig zijn er geen jagers meer, alleen nog maar "wildbeheerders", en ik heb het vertrouwen in ze, dat ze tegenwoordig dit soort afschuwelijke dingen niet meer doen. In het Zuid Afrikaans het-ie "Kleindobbertjie" en in het Fries Dûkerke. Ooit, in de 19e eeuw, schijnt de dodaars in grotere aantallen in ons land te hebben gebroed dan z'n grote broer de fuut. De laatste decennia was er tot de '90 aan constante afname die de dodaars op de rode lijst deed terechtkomen. Waarschijnlijk is deze verarming van de natuur veroorzaakt door onze verrijking die zich uit in vies water en waterrecreatie. De situatie is nu weer iets beter, maar het blijft moeilijk dit schuwe dotje veren in de kijker te krijgen.

 
Frank v/d Haak / Verschenen in de Geaflecht van maart 2007

« terug naar overzicht artikelen