Vogels

Vogels van Opsterland

In de weilanden rondom Gorredijk komen nog wel weidevogels voor. Wilt u in Opsterland bosvogels zien, dan moet u in de bossen rondom Bakkeveen, Beetsterzwaag, Lippenhuizen en Hemrik zijn. Roofvogels komen in de hele gemeente gelukkig steeds meer voor, hoewel ook hier helaas veel roofvogels gedood worden. Als u watervogels wilt zien, kunt u het beste eens een kijkje gaan nemen bij de vogelkijkhut bij De Deelen.



Weidevogels

Kievit (Ljip)


Foto: Luc Hoogenstein
algemeen

Een vogel die eigenlijk geen introductie behoeft, want wie kent de 'koning' van de weilanden nu niet.
Deze zwart-witte vogel, zo groot als een duif, met zijn groen metaalachtige glans over de bovenzijde is met zijn duikelende bruidsvlucht en behendige vliegmanoeuvres de acrobaat van de weidevelden.
Vroeg in het voorjaar nemen de kieviten hun territorium in, meestal vlak in de buurt van dat van vorig jaar, en geven dit aan met ingewikkelde vliegbewegingen in een vaste volgorde. Ze laten daarbij een kenmerkende roep horen.
Kieviten vergeten even hun territoriumaanspraken wanneer er sprake is van een gezamenlijke vijand. Spreekwoordelijk is de waakzaamheid van de kievit. Kraaien, eksters en roofvogels worden onmiddellijk en met ongekende felheid belaagd. Grutto's en tureluurs maken hier graag gebruik van. Deze laatste twee maken wel veel kabaal bij onraad maar laten het 'vuile' werk graag aan de kieviten over. Toch kan men wel spreken van een zekere samenwerking tussen de verschillende soorten weidevogels bij het verjagen van predatoren. Een hoge weidevogeldichtheid is dan ook de beste bescherming tegen nestrovers.
Helaas gaat ook de kievitenstand achteruit. Voortschrijdende mechanisatie, waarmee steeds vroeger in het jaar het land bewerkt wordt, monotone hoogproductieve grassoorten en diepteontwatering zijn enkele oorzaken waardoor de kievit steeds meer verdrongen wordt naar de spaarzame, daarvoor ingerichte natuurgebieden.


Meer over de Kievit:
naar top van pagina

Kemphaan (Hoants)


Foto: Mark Zekhuis
zeldzaam

Het 'boegbeeld' van onze natuurvereniging, de kemphaan. Een triest verhaal van een steeds zeldzamer wordende vogel in Nederland. De tijd dat ons land nog de broedplaats was van duizenden kemphanen ligt ver achter ons.
Het mannetje is dadelijk te herkennen aan zijn grote halskraag en oorpluimen, die allerlei kleuren kunnen hebben. Het vrouwtje lijkt wel wat op een tureluur maar is kleiner en heeft een kortere snavel. Een erg zwijgzame vogel.
Sporadisch komen deze vogels, die van drassige, schrale en bloemrijke graslanden houden, hier nog voor. Liever trekken ze direct maar door naar de toendra's van Noord-Scandinavië. Het beeld van 'toernooivelden' waar de bontgekleurde mannetjes met hun enorme kraag elkaar in de haren vliegen lijkt voorgoed voorbij. Het ingewikkelde spel van de liefde met 'honkmannen' en 'satellietmannen', het gekissebis en de gevechten tussen de mannetjes laten slechts een vaste plaats achter in het gezegde 'vechten als kemphanen'.
Wie geluk heeft kan dit unieke natuurverschijnsel nog aantreffen in de Dulf (tussen Terwispel en Nij Beets) en de Finnen (tussen Terwispel en Langezwaag).


Meer over de Kemphaan:
naar top van pagina

Grutto (Skries)

Sterk afnemend

Begin maart komen de eerste Grutto's terug van de westkust van Afrika. Begin april zoeken ze hun plekjes in de weilanden weer op.
Dan is er weer volop te genieten van de balsvlucht en de roep van zijn eigen naam, grutto-grutto-grutto...
De snavel is drie keer zo lang als zijn kop. Hals en borst zijn in het zomerkleed bruinrood, staart zwart, aan het begin wit. Van de lange snavel is de punt bijzonder gevoelig. Hij kan hiermee diep in de grond op de tast allerlei kleine bodem diertjes opsporen.
De Grutto is een vogel van het lange gras. Hierin broed hij zijn zeer goed verscholen eieren uit. Ook de jongen zoeken hun voedsel in het lange gras. Door de moderne bedrijfsvoering wordt dit de jongen vaak fataal. Brede cyclomaaiers die met grote snelheid door de weilanden jakkeren laten weinig over van de kansloze jongen. Ook de voortdurende ontwatering maakt het de Grutto's niet makkelijk. De Grutto stand neemt in aantal dan ook sterk af. Verre weg het grootste deel van de totale populatie Grutto's bevind zich in Nederland. Je zou denken dat we dan verantwoordelijkheid hebben en ook nemen om de teloorgang van de Grutto te keren. Behalve wat gerommel in de marge komt er maar geen krachtig antwoord van de overheid en de boeren om het tij te keren. Niet de Grutto is meer de koning van de weilanden maar de ekonomie.


Meer over de Grutto:
naar top van pagina

Gele kwikstaart (Giel Boumantsje)

Rode lijst soort

Het mannetje Gele kwilstaart is olijfgroen van boven en meer geel van onderen. De kop is grijs/blauwachtig. Dit kan sterk varieren.

Het vrouwtje is als regel wat fletser van kleur. Een uiterst druk vogeltje die graag in groepsverband verkeerd. De Gele kwikstaart is een vogel van natte kruidenrijke weilanden waar hij goed uit de voeten kan. Korte vegetatie en een gevarieerde bodumstructuur is noodzakelijk. Zo kan hij zijn kenmerkende korte sprintjes trekken in de jacht op bodembewonende insecten als kevers, spinnen en muggen. Hij is daarom ook graag bij vee in het land. De mest trekt insecten aan en het gras is er doorgaans kort. Bij gebrek aan korte vegatatie en vochtige weilanden door de huidige landbouw methoden is de vogel in toenemende mate een vogel van de akkerbouwgebieden geworden.

naar top van pagina
Bosvogels

Wielewaal (Gielgou)


Foto: wikipedia
zeldzaam

De kans om een wielewaal te zien is niet groot. En dat is jammer want de vogel heeft een prachtig verenkleed. Het mannetje is opvallend helder geel met zwarte vleugels. Het vrouwtje en de jongen hebben een minder sprekende, geelgroene kleur.
De vogel heeft een verborgen leefwijze en vertoeft meestal hoog in de kruinen van loofbossen en parken met oude bomen, meestal in de nabijheid van water.
De wielewaal is zo groot als een merel, maar dan wat slanker. Opvallend is het vliegbeeld, de vogel vliegt met lange golven en gaat zitten na een opwaartse boog. Hij vertoont zich zelden, maar zijn opvallende zang verraadt zijn aanwezigheid zonder twijfel. De zang van de wielewaal doet onmiskenbaar tropisch aan, een luid jodelend 'fu-didelioh'. Op de kruising Bûtewei en Aldhearrewei, boven Lippenhuizen, wordt hij regelmatig gehoord.

naar top van pagina

Kleine bonte specht (Lytse bŻntspjocht)


Foto: Henk Dikkers
zeldzaam

Kleinduimpje onder de spechten. Niet groter dan een flinke mus. Heeft zijn grotere broer, de grote bonte specht, een voorkeur voor flinke (dode) bomen en takken, de kleine bonte specht geeft meer de voorkeur aan kleinere dode takken en twijgen vlak bij de grond.
Heeft een voorkeur voor natte gebieden maar is ook te vinden in boomgaarden en een parkachtige omgeving.
Onopvallend vogeltje dat je maar zelden te zien krijgt. Slechts zijn zang - een valkachtig 'kikiki'- verraadt hem. Verder onderscheidt de kleine bonte specht zich van zijn grotere broer door het ontbreken van de witte schoudervlekken en heeft het mannetje de rode vlek voor op het hoofd zitten in plaats van achter in de nek.
Met heel veel geluk en geduld kan men hem o.a te zien krijgen in de driehoek Nij-Beets, Terwispel, Beetsterzwaag.

naar top van pagina

Grote bonte specht (Greate eksterspjocht)


Foto: T. Geertsma
Vrij algemeen

Opvallende bos/park vogel met zijn zwart met witte verenkleed en opvallende rode onderzijde. Het mannetje heeft daarnaast nog een grote rode vlek op het achterhoofd. De Grote bonte specht trommelt driftig en snel als het gaat om zijn nest in een boom uit te hakken. Veel muzikaler klinkt de communicatie roffel. Hier voor gebruikt hij een trommeltak, een stuk hout dat fijn meetrilt als hij er zijn snavel op laat roffelen. Deze drumsoloú klinken ver door. Vaak krijgt hij 'antwoord' van elders.  Zo bakent hij zijn jachtgebied af en legt contacten. Van de beide parners doet de man het meeste aan het broeden en verzorgen van de jongen.

Een parkachtig bebost landschap is zijn geliefde biothoop. 

Opmerkelijk bij deze specht is de vaak enorme 'spechtensmidsen' die hij veroorzaakt door bijvoorbeeld denne en sparre appels op steeds dezelfde plek aan stukken te hakken. Onder de boom ontstaat zo een flinke bult afgekloven denneappels. Zijn er niet voldoende oude afgestoven bomen ter beschikking dan wijkt hij het liefst uit naar Abelen omdat deze boomsoort vrij zacht is. Meestal vrij hoog. 

naar top van pagina

Gaai (Houtekster)


Foto: Martien Faber
Vrij algemeen

In voorbereiding

naar top van pagina

Glanskop (Sompmies)


Niet algemeen

In voorbereiding

naar top van pagina

Matkop (Reidmies)


Niet algemeen

In voorbereiding

naar top van pagina

zbi (zbi)

zbi

naar top van pagina
Tuinvogels

Roodborst (Readboarstje)


Foto: T. Geertsma
algemeen

Het knuffelgehalte van dit vogeltje is erg hoog. Er is bijna geen kerstkaart te koop of dit vogeltje kijkt je parmantig aan. De grote ogen en de opvallende oranje/rode borst brengen bij veel mensen vertedering teweeg.
Toch is de roodborst niet zo'n lief vogeltje. Hij kan een uiterst opgewonden standje zijn en flink agressief tekeer gaan, wanneer zijn territorium wordt geschonden door soortgenoten. Niet zelden legt een van de rivalen het loodje. Dit is iets bijzonders, omdat het maar heel weinig in de natuur voor komt dat soortgenoten elkaar te lijf gaan tot de dood er op volgt. Het is eens uitgezocht dat tien procent van de oudere vogels dood gaan bij het verdedigen van hun gebied.
In het broedseizoen tamelijk onopvallend, daarbuiten in park en tuin soms zeer tam en opzichtig aanwezig. Een van de weinige vogels die eigenlijk het gehele jaar door zingt, vooral in de schemering. Hoor je een sprankelend helder liedje, wat je een beetje aan een klaterende waterval doet denken, dan is dit zeker de roodborst. Meestal is hij laag bij de grond te vinden.

De Roodborsten die 's winters uw tuin bevolken zijn overwegend mannetjes. Veel vrouwtjes trekken aan het eind van de zomer naar het zuiden

naar top van pagina

Winterkoning (Tommelid, Tomke)


Foto: Luc Hoogenstein
algemeen

Een hoop geluid uit een heel klein gedrongen vogeltje met een kort opgewipt staartje. Onmiskenbaar het winterkoninkje!
Vaak laag bij de grond te vinden tussen kreupelhout en boomwortels, het liefst ook nog in de buurt van water.
Winterkoninkjes vliegen bij voorkeur maar heel korte afstanden. Het mannetje maakt meerdere, bijna ronde nesten met de ingang aan de zijkant. Het vrouwtje zoekt er één uit voor het broedsel, meestal het nest wat het beste is verborgen. Ze broeden bij voorkeur in kreupelhout en tussen wortels maar kunnen ook op de vreemdste plaatsen hun nestje bouwen. Menselijke activiteiten in de directe omgeving deren het winterkoninkje nauwelijks.
Zingt bijna het gehele jaar door. De zang is een erg luid liedje, vol met trillers. Hun naam ten spijt zijn winterkoninkjes erg gevoelig voor strenge vorst. Door hun geringe lichaamsvolume koelen ze snel af en sterven dan. Dankzij twee, soms drie broedsels per jaar wordt de schade snel hersteld. Maar los daarvan kunnen ze 's winters wel wat hulp gebruiken als dank voor hun prachtige lied.

naar top van pagina

Huismus (Mosk)


Foto: Mark Zekhuis
algemeen, maar afnemend in aantal

Wie kent deze brutale rakker eigenlijk niet? Het is een van de meest algemene vogels die we hier kennen. Waar mensen wonen, voelt ook de huismus zich thuis. 's Winters zijn ze op voederplaatsen zeer actief en nadrukkelijk aanwezig en ze zien er niet tegen op om andere vogels te verdrijven, zelf vogels die vele malen groter zijn dan zijzelf. Het zijn echte standvogels die zich in hun leven maar een paar kilometer verplaatsen.
Het mannetje huismus heeft een grijze kruin en stuit, buik en wangen zijn wittig. Verder zijn een zwarte keelvlek en in de broedtijd de zwarte snavel kenmerkend. De vogel lijkt wel wat op de ook vrij veel voorkomende ringmus, maar de huismus mist de zwarte wangvlek, de bruine kruin en de witte halsring. Het vrouwtje huismus is wat lichter en saaier van kleur.
Het overdreven grote nest van de huismus vindt men meestal onder dakpannen, maar ook wel een enkele keer in een nestkastje of in scheuren in muren, in de klimop e.d. Door het steeds gladder en strakker afwerken van de moderne huizen en tuinen verliezen de huismussen. U kunt de huismus helpen door broedgelegenheid aan te bieden door zogenaamde mussen nestkasten op te hangen.
Eet voornamelijk zaden waardoor hij geruime tijd als schadelijk te boek stond. 's Zomers wil de huismus ook nog wel eens insecten aan zijn menu toevoegen. Langzaam vliegende insecten kan hij nog wel eens verschalken maar vlinders zijn deze, van oorsprong zaadeter, al gauw te snel af. De onhandige manier waarop huismussen achter insecten aan zitten is vaak een komisch gezicht.

naar top van pagina

Ringmus (Fjildmosk)


Foto: Piet Munsterman
plaatselijk algemeen maar afnemend in aantal

Een mus is een mus wordt er vaak gedacht, maar dit is niet altijd zo. Naast de huismus kennen we ook nog de ringmus. Vaak is hij in het gezelschap van de huismus, maar de ringmus is toch meer een vogel van het platteland en boerenbedrijven, terwijl de huismus zich graag in steden en dorpen manifesteert.
In tegenstelling tot de huismus zijn bij de ringmus het mannetje en vrouwtje nagenoeg gelijk. De ringmus onderscheidt zich van de huismus door zijn chocoladebruine kruin (bij de huismus grijs) en doorlopende witte halsring met zwarte vlekken op de witte wangen. Verder onderscheiden de twee soorten zich doordat de ringmus iets kleiner is en over het algemeen een frisser voorkomen heeft.
Broeden doet de ringmus het liefst in holle bomen, hagen, struiken e.d. Maar ook wel in nestkastjes, waar hij niet zelden in conflict raakt met koolmezen en pimpelmezen, die dan meestal moeten wijken. Zang lijkt op dat van de huismus maar is helderder.

naar top van pagina

Vink (Skelfink)


Foto: wikipedia
algemeen

Het mannetje kennen we eigenlijk allemaal wel, een bont gekleurd vogeltje ter grootte van een mus: grijsblauw op de kop en in de nek, zwart voorhoofd, kastanjebruin op borst en rug. Het vrouwtje wordt echter minder snel als vink herkend. Het vrouwtje is als geheel meer olijfkleurig.
Beide geslachten zijn echter in de vlucht duidelijk te herkennen aan de opvallende witte staartveren en vooral de witte vlek op de schouders. Een wat onopvallend gekleurd vogeltje met een duidelijk opvallende witte vleugstreep is dus onmiskenbaar een vrouwtjesvink.
Bekend is de zogenaamde 'vinkenslag'. De bekende krachtige, melodieuze zang die in een slag eindigt. Algemeen in bossen, tuinen en parken. Gedeeltelijk trekvogel, maar 's winters toch talrijk foeragerend rond voederplaatsen.

naar top van pagina

Turkse tortel (Turkske toarteldo)


Foto: Tjeerd Geertsma
algemeen

Een succesverhaal; werden er in 1950 nog maar 1-5 paren Turkse tortels waargenomen, anno 2000 zijn er in Nederland meer dan 100.000 paren.
De vogel houdt zich bij voorkeur op in de buurt van de mens: struik- en boomrijke steden en dorpen zijn dan ook voornamelijk zijn domein. Hij is kleiner dan een tamme duif. Zittend is hij van aanzien overwegend zandbruin van kleur met een opvallende zwarte band om de nek. In de vlucht valt de lange staart op met een zwarte basis en wit uiteinde.
Opvallend is de baltsvlucht. Wie er een beetje oog voor heeft, kan dit prachtige schouwspel in de nawinter regelmatig aanschouwen. Vanaf een hoge zitplaats (liefst een antenne) vliegt de Turkse tortel, met veel geklepper van de vleugels en luid roepend, schuin omhoog om met gespreide vleugels en staart weer terug te keren op de zitpost.
Broedt meestal in de onmiddellijke nabijheid van bebouwing in klimop of conifeer. Het als regel gammele nest is vrij moeilijk te vinden. Deze vogel heeft in het algemeen een lang broedseizoen, zelfs in de winter kan men hem broedend aantreffen. Dit verklaart waarschijnlijk ook het succes van de soort.

naar top van pagina

Keep (KwÍkfink)

Wintergast

Op het eerste gezicht lijkt de Keep wel wat op de (vrouw) Vink. De Keep is dan ook verwant aan de Vink en hun leefwijze komt ook overeen. Maar het witte schild bij de vleugelband van de Vink ontbreekt bij de Keep. De rug van de Keep is oranje bruin geschubd met een witte stuit. Het zijn echte wintergasten die zich graag laten zien bij vogelvoederplekken in de tuin. Kepen hebben een erg (internationaal) grillig trek gedrag. Ze zijn gek op beukenoten en reizen alles af naar plekken waar men van een goed beukenoot jaar kan spreken.

naar top van pagina
Roofvogels

Sperwer (Sparwer)


Foto: Jan Nijendijk
niet algemeen

Het gebeurt nog wel eens dat men een roofvogel vindt, die zich dood gevlogen heeft tegen een vensterruit. Meestal is dit een sperwer. Zijn jachtmethode is overrompelend, woest en fel. Vooral 's winters heeft hij het vaak voorzien op vogeltjes die gebruik maken van voedertafels bij de huizen. Door zijn driestheid maakt hij nogal eens een inschattingsfout die hij soms met de dood moet bekopen.
Het vrouwtje is veel groter dan het mannetje en lijkt wel wat op de havik, maar ze is slanker en heeft een langere rechthoekige staart met een opvallende bandering. Opvallend is de lichte onderzijde met donkerbruine dwarsstrepen. Dichterbij zijn de geel omlijnde ogen en de gele poten kenmerkend. Het mannetje heeft een oranjebruine borst, de bovenzijde is opvallend blauwachtig.
Is voornamelijk in het bos te zien, maar ook langs bosranden, boomsingels en hagen. Heeft een snelle vleugslag, afgewisseld met glijvluchten. Met hun relatief korte, stompe vleugels kunnen ze goed tussen de bomen manoeuvreren. Hun lange staart is goed van dienst bij het sturen.

naar top van pagina

Ransuil (KatŻle)


Foto: Mark Zekhuis
vrij algemeen

In ons land, naast de bosuil, de meest voorkomende uilensoort. Ongeveer zo groot als een kraai met opvallende helder oranje ogen en grote oorpluimen.
Is een echt nachtdier die men overdag zelden te zien zal krijgen. Alleen 's winters wel eens in groepjes te zien aan de buitenkant van bijvoorkeur coniferen, maar ook in struiken en klimop alwaar ze zich lijken op te warmen in het zonnetje.
Bij gevaar maakt de ransuil zich klein en neemt een gespannen houding aan. Voelt de ransuil zich op zijn gemak dan wordt zijn contour plomper.
Leeft voornamelijk van muizen en spitsmuizen, maar 's winters slaat hij in de schemering ook wel kleine vogeltjes. Als broedplaats kiest hij meestal verlaten nesten van vogels als kraaien en duiven. Maar nestelt ook wel op de grond.


Meer over de Ransuil:
naar top van pagina

Steenuil (StienŻle)


Foto: Piet Munsterman
zeldzaam

Kleinste van de bij ons broedende uilen, ongeveer zo groot als een merel. In verhouding grote ogen met een gele iris waardoor hij z'n typisch strenge uiterlijk krijgt.
Zijn vlucht is golvend als dat van een specht. Verder vallen zijn korte staart en ronde vleugels op. Zit veel op palen en daken en wipt en buigt bij onraad. Ook overdag kan men hem gewoon zien zitten. Niet zelden met een groep verontruste luid kwetterende zangvogeltjes om hem heen die hem snel vervelen en doen zoeken maar een andere rustplaats.
Verkeert het liefst in de omgeving van knotwilgen waarin hij ook broedt. Maar ook in gaten van gebouwen nestelt hij wel. Opvallend is dat de nestholte altijd twee uitgangen heeft.
Roept zowel overdag als 's nachts een mauwend (wordt ook wel 'katuil'genoemd) 'kiew' 'kiew' wat zich met enige fantasie laat vertalen als 'kom mee', 'kom mee'. Vroeger ontleende men hieraan het bijgeloof dat de steenuil de verkondiger van de dood aan de zieken was.


Meer over de Steenuil:
naar top van pagina

Buizerd


Vrij algemeen

De meeste buizerds zijn gewoon bruin op hun rug en de bovenkant van de vleugels. Toch zijn er ook uitzonderingen. Er zijn er die bijna spierwit zijn of diep bruinzwart. Op het menu van de buizerd staat overwegend muizen, aas, regenwormen en mollen. 's Winters zitten ze graag op paaltjes langs de wegen wachtend tot er een muis voorbij komt of ruimen doodgereden dieren op. De buizerd is geen snelle jager. Hij heeft dan ook brede vleugels en staart

naar top van pagina
Vogels van het platteland

Ooievaar (Earrebarre)


Foto: Piet Munsterman
Toenemend

Een vogel die beslist niet mag ontbreken in het lijstje van vogels in Opsterland is de ooievaar.
Kwamen er in 1975 nog maar negen paren tot broeden in Nederland, nu zijn er weer 380 vrij vliegende broedparen ooievaars. Drie paren hebben we in 2000 binnen onze gemeentegrenzen mogen verwelkomen. Inmiddels broeden er langs de Gorredijksterweg een tiental ooievaars in de bomen. Dankzij herintroductie-projecten gaat het wat beter met de ooievaar in Nederland. Bij het huidige aantal ooievaars is wel een kanttekening te plaatsen. Een beetje neerbuigend worden deze vogels ook wel 'projectooieaars' genoemd. Ooievaars die in zogenaamde ooievaarsdorpen zijn opgefokt.

Deze ooievaars wijken erfelijk af van de langeafstand trekkers van welleer (Midden- en Zuidafrika). De huidige generatie ooievaars zijn geheel of gedeeltelijk standvogels geworden. Het is nog maar de vraag of zij in strenge winters kunnen standhouden zonder hulp en bijvoedring. Niettemin horen ze thuis in onze weidevogelgebieden en wil niemand ze weer kwijt.

 

De belangrijkste oorzaken van de achteruitgang van de ooievaarstand, naast de jacht in het buitenland, zijn de intensivering van de landbouw door ruilverkaveling en grondwaterpeilverlaging, waardoor het voedselaanbod erg verschraalt.
De ooievaar is een vogel van natte weilanden met poelen en slootjes, waar voldoende kleine en grote prooien voorhanden zijn. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de ooievaar zich goed thuis voelt in het stroomgebied van het Koningsdiep.
Voorzichtig statig stappend en aandachtig speurend kunnen we hier de ooievaar weer in het gezelschap zien van de boer die zijn land bewerkt. De ooievaar is zo verweven in folklore en cultuur dat we een beschrijving van kenmerken wel achterwege kunnen laten. Wie kent deze grote zwart/witte vogel met lange rode poten en lange dolkvormige rode snavel nu niet?

naar top van pagina

Boerenzwaluw (Boereswel)


Foto: Jaap Schelvis
vrij algemeen, maar in aantal sterk afnemend

Wie in de zomermaanden wel eens wat vaker een landbouwbedrijf heeft bezocht, herkent deze vogel onmiddellijk: een snel en beweeglijk vogeltje, zwart/blauw glanzend van boven, licht van onder met een opvallend kastanjebruin voorhoofd en keel. Ook heeft hij een opvallende diep gevorkte staart (jonge boerenzwaluwen missen deze gevorkte staart nog).
Met grote precisie weet hij door een kapot ruitje, of deur die op een kier staat, naar binnen te scheren om daar zijn nest, boven op een balk in de schuur te bezoeken. Ze zijn er bijna niet meer, de elektriciteits- of telefoondraden die van huis naar huis gingen, maar vroeger konden er grote groepen boerenzwaluwen al kwetterend op zitten. Een prachtig (nostalgisch) schouwspel wat bijna niet meer is te zien.
De boerenzwaluw jaagt meestal laag boven velden en waterpartijen op insecten. Ook drinkt en baadt de vogel al vliegend. Helaas neemt de 'voorbode van de lente' sterk in aantal af. Grootschaligheid, verstedelijking en verarming van de planten- en insectenwereld werken sterk in het nadeel van deze sierlijke vogel, die zich het beste thuis voelt op het ouderwetse platteland. Bovendien komen ontzettend veel boerenzwaluwen om tijdens hun zware reis naar Midden- en Zuid-Afrika waar ze overwinteren.

naar top van pagina

Grote lijster (Skaarlyster)


Foto: Jan Nijendijk
plaatselijk vrij algemeen

Vaak worden de zanglijster en de grote lijster op één hoop gegooid. Maar de naam zegt het al: de grote lijster is groter dan de zanglijster. Daarnaast staat de grote lijster op de grond rechter dan de zanglijster en bij het zoeken naar wormen kijken ze scheef met de kop naar de grond. Merels doen dit ook.
In de vlucht kan men de grote lijster herkennen aan de witte, buitenste staartpennen. Zijn sterk golvende vlucht lijkt wel wat op die van een specht.
Zanglijsters nestelen vaak op ooghoogte en hebben een redelijk verborgen en gecamoufleerd nest. De grote lijster nestelt meestal hoog in bomen, waar het minder goed tussen de bladeren verborgen is. Hierdoor wordt het nest vaak door eksters en gaaien gevonden. Maar vergis je niet, de grote lijster verdedigt zijn nest fel en onbevreesd. Zelfs katten kan hij verdrijven.
In februari kan men de zang van de grote zanglijster al horen op zijn geliefde plekje ergens hoog in een boom. Zingt daar graag in de regen en avondschemering. Bij regenachtig en winderig weer heeft de grote lijster een speciale manier van zingen. Daarom wordt hij in sommige streken ook wel 'weerhaan' genoemd. Verder lijkt de zang wel wat op die van de merel, vaak afgewisseld met een droog ratelend geluid.

naar top van pagina

Roek (Roek)


Foto: Jan van der Straaten
vrij algemeen

De roek staat over het algemeen niet best aangeschreven. Met zijn zwarte verschijning lijkt hij op een kraai en is hij als kolonievogel nogal nadrukkelijk aanwezig met zijn gekras en uitwerpselen. Ondanks dat het een beschermde vogel is, worden er nogal eens pogingen ondernomen om de vogels te verjagen, waarmee men dan doorgaans alleen maar het probleem verschuift naar andere plekken.
Ondanks zijn negatief imago is het een heel sociale en slimme vogel, die erg nuttig kan zijn omdat hij vooral engerlingen, maden, rupsen enz. op het menu heeft. Ook zullen ze een eitje of jong vogeltje niet versmaden, maar daar zijn ze niet op gespitst.
Hij onderscheidt zich van andere kraaiachtigen door zijn vrij forse lichtgrijze dolkvormige snavel, zijn doelgerichte, statige, ietwat schommelende manier van lopen en slordig aflopende veren aan de poten ('broek').

naar top van pagina

IJsvogel (IisfŻgel)


Foto: wikipedia
zeldzaam

Een blauwe schicht over het water? Het kan niet missen, we hebben hier te maken met een ijsvogeltje.
Deze kleurrijke vogel doet opvallend exotisch aan. Met zijn gedrongen houding, lange dolkvormige snavel en korte staart wordt hij door bijna iedereen herkend als het ijsvogeltje.
Zit vaak bewegingloos op een tak boven (liefst stromend) water om zich vervolgens op een visje in het water te storten. Ook 'bidt' hij vaak in de lucht alvorens hij naar een prooi duikt.
IJsvogels graven hun nest in steile aflopende oeverwallen net boven de waterspiegel. De nesttunnel loopt naar binnen toe wijd uit naar het nestgedeelte. De tunnel loopt iets scheef naar boven. De uitwerpselen van de jongen lopen op deze manier rechtstreeks naar buiten. De nestingang verraadt zich dan ook door smerigheid en een indringende onwelriekende geur.
IJsvogels zijn erg gevoelig voor watervervuiling en strenge winters.
Wordt nog vrij regelmatig in Opsterland waargenomen, o.a. bij Terwispel op het Kolderveen (langs de vaart) en langs het Koningsdiep.

naar top van pagina

Groene specht (Griene Spjocht)


Foto: Martijn van der Vaart
Vrij zeldzaam(Rodelijst soort)

Overwegend groen/gelige specht met een opmerkelijk rood schedeldak.
Het mannetje heeft ook een rode streep langs de mondhoeken. Het vrouwtje niet.
De Groene specht heeft een luide lokroep, zowel het mannetje als het vrouwtje, wat zich nog het beste laat omschrijven als het gehinnik van een paard. Daarintegen roffelt de specht zelden en dan nog zwakjes. In tegenstelling tot andere spechten zoekt hij zijn voedsel meestal op de grond. Hij eet graag rode bosmieren en kleine zwarte grasmieren en graaft daarbij soms diepe gaten in het grasveld om ze te verschalken. De specht nestelt in oude dode bomen meestal niet ver van de grond. 

De Groene specht is een taaie soort die doorgaans goed de winters doorstaat

naar top van pagina
Watervogels

Grote zilverreiger (Grutte Wite Reager)


Foto: T. Geertsma
Steeds algemener

Omstreeks 1902 werden honderdduizenden Grote zilverreigers afgeslacht omdat het toen mode was om de sierveren uit het broedkleed te dragen. Langzaam herstelde de populatie zich en kunnen we tegenwoordig steeds vaker van deze prachtige reiger genieten in het polderlandschap. De Grote ziverreiger is zo groot als de Blauwe reiger en geheel wit. De snavel is overwegend zwart met aan de basis geel. De poten zijn zwart.

naar top van pagina
Ganzen

Rietgans (Swartkopgoes)

Vrij algemene wintergasten

 In voorbereiding

naar top van pagina
Geaflecht Artikelen
In de Geaflecht zijn de afgelopen jaren diverse artikelen verschenen over Vogels. Een selectie hiervan staat ook op deze site:

Links

Op het Internet zijn veel sites over vogels te vinden. Kijk maar eens op vogelaar.pagina.nl of natuur.pagina.nl.


Een paar sites die er wat ons betreft uitspringen zijn:

IJsvogel
Een site, die helemaal gewijd is aan dit exotische vogeltje, die ook in onze omgeving regelmatig gezien wordt.
Met informatie over onder andere biotoop, weetjes, foto's en literatuurverwijzingen.

240 vogels
Een site met uitgebreide informatie over 240 broedvogels en wintergasten. Bij elke vogel is ook een foto opgenomen en is het geluid te horen.

Vogels van Drenthe en Groningen
Vogelwaarnemingen uit gebieden in Drenthe en Groningen.


En natuurlijk de sites van enkele, grotere organisaties, die een schat aan informatie over vogels op hun site hebben staan:

SOVON
SOVON organiseert landelijke vogeltellingen om te onderzoeken hoe het met de Nederlandse vogels is gesteld. Informatie over deze vogeltellingen en inventarisaties vindt u op hun site. Er zijn ook heel veel links naar andere sites over vogels opgenomen.

Vroege vogels
Veel informatie over vogels op de site van dit radioprogramma. Via een zoekmachine komt u snel bij die informatie die u zoekt.

Vogelbescherming
En natuurlijk niet te vergeten, de site van de Vogelbescherming. Met informatie over belangrijke vogelgebieden, vogels in de tuin en vogels van de Rode Lijst.