Zoogdieren


In de tuin

Egel (Stikelbaarch)


Foto: Suzanne Pereira

In niet al te nette tuinen met voldoende voedsel (slakken, insecten, wormen, muizen en vruchten), schuilgelegenheid en plek voor een winterslaap (takkenhopen en bladafval) woont al snel een egel (Erinaceus europaeus). Verder kun je ze tegenkomen bij bosranden en struwelen.
Egels worden pas actief in de schemering. Ze kunt ze dan goed horen. Ze proesten en knorren en maken veel lawaai.
Geef egels nooit melk, want dan krijgen ze last van hun darmen. Gebruik ook geen slakkenkorrels. Egels eten veel slakken en slaan het gif op in hun lichaam.

naar top van pagina

Mol


Foto: wikipedia

Mollen (Talpa europea) leven onder de grond. Ze komen het meest voor in losse, humusrijke grond waarin ook veel wormen zitten en waar de grondwaterstand niet te hoog is. De mol komt in Opsterland nog veel voor.
Ze eten regenwormen, insecten, larven van insecten, spinnen, jonge muizen, slakken en slakke-eieren.
Mollen zijn vaak niet welkom in een tuin omdat ze molshopen maken. Toch zijn ze heel nuttig. Ze eten insecten die schadelijk zijn voor de (moes)tuin en het gras. Bovendien verbeteren ze de structuur van de grond.

naar top van pagina
Op het platteland

Ree


Foto: Tjeerd Geertsma

Reeën (Capreolus capreolus) komen voor in het overgangsgebied tussen loofbos en open terrein. Het gaat goed met de reeën. In de gehele gemeente Opsterland komen veel reeën voor.
Ze eten het liefst kruiden, jonge twijgen en knoppen. In de winter als er weinig voedsel is, knabbelen ze ook aan de bast van bomen.

naar top van pagina

Vos (Fosk)


De vos (Vulpes vulpes) komt vooral voor in een afwisselend halfopen landschap met veel schuilmogelijkheden en mogelijkheden om holen te graven. Als het gaat schemeren wordt de vos actief en dan heb je, ook in het hoger gelegen deel van Opsterland, kans om een vos tegen te komen.
Een vos eet vruchten, paddestoelen, regenwormen, kevers, kikkers, padden en reptielen, vogels, muizen, hazen en soms ook een klein hoefdier of een kip.

naar top van pagina

Das (Task)


Foto: Neil Phillips

Een das (Meles meles) heeft een onmiskenbaar uiterlijk: een grijze vacht en een opvallende wit-zwart gestreepte kop.
Dassenburchten kun je aantreffen in een omgeving met niet al te intensieve landbouw, bij bosranden, houtwallen en op de grens van hoger en lager gelegen gronden. Bij ons in de omgeving komen ze alleen nog voor op de Dellebuurster Heide en de Kiekenberg.
Dassen eten vooral regenwormen. Daarnaast eten ze ook nog andere wormen, insecten, slakken, muizen, kikkers en padden. Mais, haver en vruchten behoren ook tot hun menu.

naar top van pagina

Eekhoorn (Iikhoarn)


De eekhoorn (Sciurus vulgaris) leeft vooral in bossen en parken waarin grote, oude (naald)bomen staan. Ook in de bossen van Beetserzwaag kun je, als je geluk hebt, een eekhoorntje tegenkomen.
Ze eten vooral denne-appels, maar ook wel andere boomzaden, noten, vruchten, paddestoelen, boomschors en insecten. In het voorjaar lusten ze wel eens een jong vogeltje of een ei.

naar top van pagina

Konijn (Knyn)


Konijnen (Oryctolagus cuniculus) komen voor in halfopen landschappen waar ze holen kunnen graven. Je vindt ze vooral in parken, bosranden, tuinen en duinen. Door een ziekte komen er in Osterland niet zo veel konijnen meer voor.
Ze zijn vooral 's nachts actief en leven in groepen. Ze eten grassen en kruiden. 's Winters leven ze van wortels en bast.

naar top van pagina

Haas (Hazze)


Foto: Tjeerd Geertsma

Hazen (Lepus europaeus) hebben grotere oren dan konijnen en hebben ook een andere leefomgeving. Hazen komen vooral voor in open en halfopen cultuurlandschap. Door de moderne landbouwtechnieken komen er steeds minder hazen voor in Opsterland.
Ze eten gras, landbouwgewassen en planten die in de berm en langs slootkanten staan.

naar top van pagina
Marterachtigen

Wezel (Wezeling)


Foto: Snowmanradio (wikipedia)

De wezel (Mustela nivalis) is de kleinste marterachtige (11-24 cm en een staart van 6 cm). Een wezel wordt ook wel overdag gezien. Opvallend zijn de witte buik, de boogvormige sprongen en het regelmatige rechtop zitten.
Een wezel komt in veel verschillende gebieden voor: bossen, weilanden, akkers en zelfs in de buurt van bebouwingen. Als er maar schuilmogelijkheden zijn: heggen, houtwallen en ruigten. In Opsterland komt de wezel ook voor, maar gaat wel in aantal achteruit. De wezel heeft veel 'last' van de hermelijn, die trouwens ook in aantal achteruit gaat.
Hun eten bestaat voor 86% uit muizen, die ze tot diep in hun holletje kunnen achtervolgen. Verder eten ze ook wel eens een konijn, haas of vogel.

naar top van pagina

Hermelijn (Harmeling)

Een hermelijn (Mustela erminea) is groter dan een wezel (22-32 cm en een staart van 8-10 cm) en heeft een zwarte staartpunt, die altijd zwart blijft, zelfs als de hermelijn in de winter wit is. In Friesland worden trouwens niet alle hermelijnen in de winter wit.
De hermelijn komt voor in bossen, akkers, tuinen, kerkhoven en andere landschappen met slootkanten, heggen, bosschages en bermen en kan ook wel overdag gezien worden. In Opsterland gaat de hermelijn in aantal achteruit.
Een hermelijn eet vooral woelmuizen, hazen, konijnen en vogels.

naar top van pagina

Boommarter (Beamotter)


Een boommarter (Martes martes) is moeilijk te onderscheiden van een steenmarter. Ze zijn allebei 40-50 cm lang en hebben een staart van 25 cm. Marters hebben een grijsbruine vacht en een grote, witte keelvlek. De vacht van een boommarter is iets geliger en de keelvlek is iets kleiner dan die van een steenmarter. Ook de neus is donkerder dan die van de steenmarter.
Een boommarter kan voorkomen in bossen met oude eiken en andere oude bomen. Soms wonen ze ook op zolders van huizen, net als de steenmarter. De boommarter komt in Opsterland minder vaak voor dan de steenmarter, maar wordt zo nu en dan toch wel eens gezien.
Boommarters eten vooral vogels, konijnen en muizen, maar soms ook wel eieren, insecten, bessen en andere vruchten.

naar top van pagina

Steenmarter (Stienmurd)


De steenmarters (Martes foina) is zo groot als een poes en heeft een grijsbruine vacht en een witte gevorkte keelvlek. Driehoekige kop met een roze neus. Leven overwegend alleen. Marters krijg je zelden te zien, omdat ze vooral 's nachts leven.  De Steen marter is een echte cultuurvolger die het goed doet in de omgeving van mensen.
Ze leven in een kleinschalig landschap in de buurt van menselijke bebouwing. 's Zomers in holle bomen en flinke nestkasten, 's winters onder daken, in spouwmuren of in kruipkelders. Ze veroorzaken wel eens schade aan kabels en leidingen van geparkeerde auto's. In Opsterland wordt de steenmarter de laatste jaren steeds vaker gesignaleerd.
Steenmarters eten naast muizen, ratten,vogels en eieren ook insecten en vruchten. Vaak verraden loopsporen wanneer er een Steenmarter in de buurt is. De sporen van deze martersoort heeft vijf tenen en trekt tijdens het lopen zijn nagels niet in zoals de huiskat doet. De nagelafdrukken zijn dus altijd te zien. De sporen staan niet keurig op een rijtje. Dit komt door de typische sprongen waarmee de Steenmarter zich voortbeweegt.

naar top van pagina

Bunzing (Murd)

Een bunzing (Mustela putorius) is 40-45 cm lang en heeft een staart van 18 cm. De pels is bruinzwart met een lichtere ondervacht. Opvallend is het witte gezicht met een donker masker rondom de ogen.
De bunzing leeft meestal in de omgeving van water in een kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden, bijvoorbeeld in oeverbegroeiingen, droge sloten, heggen, hotwallen, bosranden en akkerranden. Een bunzing woont in een hol van een konijn, mol, vos, das of onder steenhopen, houtmijten of in holle bomen. 's Winters wordt de bunzing ook wel in de buurt van boerderijen gezien. In Opsterland komt de bunzing weer vaker voor, omdat er minder op gejaagd wordt.
Ze eten allerlei dieren en zijn niet kieskeurig: konijnen, ratten, muizen, mollen, vogels, reptielen, amfibieën en insecten.

naar top van pagina
Muizen en ratten

Spitsmuis


Spitsmuizen hebben een spitsere snuit dan andere muizen en een zijde-achtig velletje. Er zijn verschillende soorten spitsmuizen. In Opsterland komen vooral bosspitsmuizen en huisspitsmuizen voor.
Bosspitsmuizen (Sorex araneus) komen vooral voor in de vochtige kruidlaag van wegbermen, slootkanten, struikgewas en bossen met veel ondergroei. Ze komen niet vaak voor in stedelijke omgevingen.
De oren van een bosspitsmuis zijn meer verborgen dan de oren van de huisspitsmuis.
De huisspitsmuis (Crocidura russula) leeft meestal in de buurt van mensen: bijvoorbeeld tussen stapels stenen en dakpannen, ruige hoekjes in de tuin en houtsingels. Hun oren zijn veel duidelijker zichtbaar dan de oren van de bosspitsmuis.
Spitsmuizen eten insecten, spinnen, wormen, slakken, planten en hazelnoten. Zelf worden ze opgegeten door uilen. Veel andere roofdieren houden niet van spitsmuizen, omdat er zo'n stank uit hun geurklieren komt.
Ze maken een hoog piepend geluid en maken hun nest zowel in als boven de grond.

naar top van pagina

Huismuis


De Huismuis (Mus domesticus) woont vooral in huizen, pakhuizen, stallen en schuren.  Het zicht van de Huismuis is allerbelabberdst maar hun gehoor en reuk zijn uitstekend. Ze verspreiden de typische muizengeur. Ook in Opsterland komt de huismuis voor. In huis eten ze van de levensmiddelenvoorraden en keukenafval. Buiten houden ze ook van zaden, granen en insecten.
Ze zijn vooral 's nachts actief.

naar top van pagina

Veldmuis

Veldmuizen (Microtus arvalis) komen voor in open, droog cultuurland als wegbermen, dijken, spoorwegtaluds, slootkanten en graslanden.
De veldmuis is een woelmuissoort en is vooral 's nachts actief.
Ze leven in uitgebreide gangenstelsels onder de grond en hebben een relatief korte staart.

naar top van pagina

Bosmuis


Foto: Martin Bossenbroek

Bosmuizen (Apodemus sylvaticus) zijn gemakkelijk te herkennen. Ze hebben grote ogen en grote oren. Bruine pels en geel witte keelvlek. De achterpoten zijn opvallend langer dan de voorpoten. De Bosmuis huppelt en spring meer dan de Huismuis die meer dribbelt. Voor zijn grote legt hij grote afstanden af tot wel vierhonderd meter. Ze wonen niet alleen in bossen, maar komen eigenlijk overal voor: in tuinen, bosranden, landbouwgebieden en 's winters regelmatig in huizen. Binnenshuis ontwikkelen ze zich als notoire herrieschoppers. De 'rechtmatige Huismuis' word buiten de deur gezet. Goedschiks dan wel kwaadschiks. 's Zomers eten ze vooral insecten, slakken en wormen. 's Winters eten ze zaden, noten en vruchten. Ze kunnen heel goed klimmen en zijn vooral 's nachts actief.

naar top van pagina

Dwergmuis

Een dwergmuis (Micromys minutus) leeft in allerlei ruigtes, langs heggen, in de kruidlaag van bossen en op graanakkers. Ze maken hun nestje vaak in planten op zo'n 10-50 cm hoogte.
Ze eten vooral zaden en granen, maar 's winters eten ze ook wel eens een insect.

naar top van pagina

Aardmuis

Aardmuizen (Microtus agrestis) zijn vooral te vinden in kleinschalig landschap in een vochtige, hoge en dichte kruidlaag. Ze hebben ruigten, bosjes en houtwallen nodig.
Ze zijn zowel overdag als 's nachts actief. Ze lijken wel wat op veldmuizen, maar hun leefomgeving is anders.
Ze eten vooral plantaardig materiaal als stengels, bladeren, gras, bast, vruchten en zaden, maar soms eten ze ook wel insecten(larven).

naar top van pagina

Rosse woelmuis

De rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) leeft in de buurt van bossen en bosjes met een dichte bodembedekking.
Ze eten vooral groene plantedelen en zaden, maar soms eten ze ook wel dierlijk voedsel.

naar top van pagina

Woelrat


Foto: Suzan van Wijngaarden

Een woelrat (Arvicola terrestris) is een grote woelmuis, net zo groot als een rat, maar met een kleinere staart. Ze leven vooral langs waterkanten, maar komen ook wel in akkers, boomgaarden en tuinen voor.
Ze knagen aan de wortels van bomen, wat veel schade kan toebrengen.

naar top van pagina

Bruine rat


Foto: Marjolein Bossenbroek

Een bruine rat (Rattus norvegicus) leeft vooral in de buurt van rioleringen en water, maar kan ook in huizen en andere gebouwen voorkomen. Ook in Opsterland komt de ruine rat voor, hoewel wel veel minder als vroeger.
Bruine ratten eten vooral planten, granen en zaden, maar vlees, vis en eieren gaan er soms ook wel in. Ze komen op afval af. Zelf worden bruine ratten opgegeten door honden, katten, bunzingen, marters en uilen.

naar top van pagina

Muskusrat


Muskusratten (Ondatra zibethicus) zijn zo groot als een konijn en leven in de buurt van water. Ze kunnen schadelijk zijn doordat ze in oevers en dijken diepe gangen graven. Ze kunnen heel goed zwemmen en eten vooral plantaardig voedsel als gras, lisdodde, riet, biezen en bieten.

naar top van pagina
Vleermuizen

Gewone dwergvleermuis

De gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) is de meest voorkomende vleermuis. Je komt ze in allerlei soorten landschappen tegen, maar vooral in de buurt van oude bomen. Het is de kleinste vleermuis die in deze omgeving voorkomt, ze komt ook wel in de buurt van nieuwbouw voor.
Dwergvleermuizen eten 's nachts rondvliegende insecten als muggen, langpootmuggen, gaasvliegen en nachtvlinders.

naar top van pagina

Watervleermuis

Watervleermuizen (Myotis daubentonii) zijn iets groter dan dwergvleermuizen. Ze hebben een lichte buik en als ze vliegen lijken hun vleugels lang en smal.
Ze komen voor in de buurt van beschutte waterpartijen als vijvers, kleine vaarten en langzaam stromende riviertjes. In Opsterland komen ze in de buurt van het Ald Djip voor.
In de zomer leven watervleermuizen (Myotis daubentonii) vooral in holle bomen en in spleten onder bruggen. Voor de winter zoeken ze een bunker, fort, of ander soort kelder.
Ze eten dansmuggen, langpootmuggen, vlinders en kevers die dicht boven het water vliegen.

naar top van pagina

Laatvlieger

Laatvliegers (Eptesicus serotinus) zijn grote vleermuizen. Hun vlucht is langzaam en lijkt op die van een uil. Laatvliegers kom je in dorpen en randen van steden tegen, waar ze vaak in groepjes rond lantaarnpalen en in tuinen jagen. Ook in Opsterland kom je de laatvliegers op veel plaatsen tegen.
Ze wonen zowel in de winter als in de zomer in nauwe ruimten van gebouwen. Laatvliegers eten vooral de wat grotere insecten die 's nachts actief zijn, zoals nachtvlinders en kevers.

naar top van pagina

Rosse vleermuis

Rosse vleermuizen (Nyctalus noctula) zijn grote vleermuizen. Eigenlijk zijn ze groter dan laatvliegers, maar doordat hun vleugels zo smal zijn, lijken ze wat kleiner.Ze vliegen heel snel en maken minder capriolen dan de andere vleermuizen. Ze jagen vooral in open terrein met water in de buurt. Ze komen voor in de buurt van Beetsterzwaag en Lippenhuizen.
Ze eten net als de andere vleermuzien veel muggen, vliegende kevers en nachtvlinders, maar ook wel vliegen, wantsen en vliegende mieren.

naar top van pagina
Links

Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ)
Heel veel informatie over uiterlijk, leefgebied, gedrag en sporen van Nederlandse zoogdieren. Bevat ook informatie over onderzoek naar zoogdieren, diverse werkgroepen en links naar andere sites over zoogdieren.

 

Werkgroep Boommarter Nederland (WBN)
De Werkgroep Boommarter Nederland (WBN) is een werkgroep van de Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (Zoogdiervereniging VZZ). In deze werkgroep hebben zich enkele tientallen mensen verenigd die zich uit belangstelling, en soms beroepsmatig, verdiepen in het voorkomen en de leefwijze van de boommarter om met deze kennis de soort beter te kunnen beschermen.

 

Das & Boom
Er is op deze site natuurlijk veel aandacht voor de das, maar ook voor andere bedreigde (zoogdier)soorten als bijvoorbeeld de korenwolf.

 

De vos
Een hele site over uiterlijk, gedrag en voedsel van de vos en andere wetenswaardigheden over dit dier.

 

Reeën
Een site waarop voedsel, gedrag en uiterlijk van reeën centraal staan.