Libellen

In Nederland zijn in totaal 70 soorten libellen en waterjuffers waargenomen. Deze 70 soorten zijn in principe te verdelen in 26 soorten waterjuffers (Zygoptera) en 44 soorten echte libellen (Anisoptera). De waterjuffers zijn de z.g.n gelijkvleugeligen. Bij de juffers zijn de voor- en achtervleugels gelijk van vorm. Bovendien zijn de vleugels bij de meeste soorten gesteeld en langgerekt. In de rust worden ze meestal langs het achterlijf gevouwen. Bij de echte libellen is de achtervleugel sterk verbreed en de vleugels worden in de rust meestal horizontaal uitgespreid of zelfs horizontaal naar voren gehouden.

Van de 26 soorten juffers die in Nederland voorkomen zijn er twee soorten uitgestorven. Drie soorten zijn ernstig bedreigd. De overige soorten zijn in meer of mindere mate algemeen al komen sommige soorten alleen lokaal voor. Van de 44 soorten echte libellen is er thans slechts één soort uitgestorven in Nederland. 4 soorten zijn ernstig bedreigd. De andere soorten zijn min of meer algemeen of komen alleen lokaal voor.


Libellen van Opsterland

In de gemeente Opsterland komen ongeveer 35 soorten juffers en echte libellen voor. Een soort die vlak bij Gorredijk voorkomt en als bedreigt op de Rode lijst staat is de Groene glazenmaker. Deze soort komt voor langs vaarten en sloten waar veel Krabbescheer in groeit.
De 5 talrijkste soorten die in Opsterland en omstreken voorkomen zijn :

  • Variabele waterjuffer
  • Lantaarntje
  • Vuurjuffer
  • Viervlek
  • Blauwe glazenmaker

Verder kunnen we in Opsterland en omstreken ook de volgende vier, wat minder algemeen voorkomende soorten, tegen komen:

  • Bruine glazenmaker
  • Vroege glazenmaker
  • Paardenbijter
  • Groene glazenmaker

De vijf eerste soorten zijn in bijna alle natuurgebieden, waar ook water te vinden is. De Variabele waterjuffer, het Lantaarntje en de Vuurjuffer zijn Waterjuffers en de Viervlek en de Blauwe glazenmaker zijn echte libellen. Van deze soorten zijn de Blauwe glazenmaker en het Lantaarntje ook regelmatig in tuinen bij de huizen te vinden.

Als er in de zomermaanden een libel in uw tuin rond vliegt zal dit hoogst waarschijnlijk de Blauwe glazenmaker zijn. Elke juffer of echte libel heeft zijn eigen vliegperiode. Zo is de Vuurjuffer de vroegste soort die je kunt waarnemen. Deze soort vliegt al in de tweede helft van april. Niet lang daarna,zo ongeveer in de tweede week van mei vliegen er ook al Viervlekken en Lantaarntjes. De Blauwe glazenmaker vliegt wat later. De vroegste waarneming is 18-05 maar het merendeel vliegt in de maanden juli en augustus. Deze 5 algemeenste soorten van Opsterland zijn vrij gemakkelijk te herkenen en ook voor mensen die weinig van libellen af weten vrij gemakkelijk op naam te brengen.



Libellen

Viervlek


De Viervlek is waar te nemen van 24-04 tot 12-09 en is ook weer zeer talrijk in Opsterland. De Viervlek is gemakkelijk te herkenen omdat hij zoals zijn naam al zegt, 4 zwarte vlekken op de vleugels heeft. Zo heeft deze soort een zwart pterostigma en bij de vleugelknoop heeft hij ook een zwarte vlek. Het borststuk en het achterlichaam zijn bruinig van kleur. Op het achterlichaam heeft hij langs de zijkanten opvallend gele vlekjes op ieder sigment. Deze gele vlekjes vervagen als de libel ouder wordt. De mannetjes en de vrouwtjes zijn precies gelijk. Alleen de achterlijfaanhangsels verschillen iets van vorm. De Viervlek kan in twee vormen in Opsterland voorkomen. Zo heeft de vorm praenubila grotere zwarte vlekken op de vleugels dan de nominaat vorm. Een gemakkelijk te herkenen soort!

naar top van pagina

Paardenbijter


De Paardenbijter is de talrijkste van de hier besproken soorten. Deze soort komt voor bij allerlei wateren en kan zelfs in bossen en boomwallen worden waargenomen. Met name in de nazomer is de Paardenbijter het talrijkst, in augustus en september vliegen ze bij honderden rond. De soort heeft de gewoonte om aan uiteinden van takken te gaan hangen om 'uit te rusten'. Je kunt ze gewoon van de tak pakken omdat ze blijven zitten, hoe dicht je er ook bij komt. Het vrouwtje is makkelijk te onderscheiden van het mannetje. De lichtgekleurde vlekjes op het achterlijf zijn bij het mannetje blauw terwijl ze bij het vrouwtje bruin zijn.

naar top van pagina

Blauwe glazenmaker


Deze soort vliegt van 18-05 tot 1-12. De soort kan dus bijna tot in de winter worden waargenomen. De Blauwe glazenmaker is een soort uit het geslacht Aeshna. De Glazenmakers zijn grote libellen met een lichaamslengte tot wel 8 cm. De spanwijdte is meer dan 10 cm. Van het geslacht aeshna komen er 8 soorten in Nederland voor. De Blauwe glazenmaker is de meest talrijke die in veel natuurgebieden voorkomt. Zwervende exemplaren kunnen overal terecht komen. Het mannetje van de Blauwe glazenmaker heeft een lichtblauwe tekening op het verder zwarte achterlijf. Bij de vrouwtjes is deze tekening groen. Let op, verwarring met de Groene glazenmaker is mogelijk. Een goed kenmerk is de zijkant van het borststuk. De Blauwe glazenmaker heeft twee duidelijke zwarte strepen op de zijkant van het borststuk. Deze zwarte strepen ontbreken bij de Groene glazenmaker. De Groene glazenmaker is een stuk zeldzamer dan de Blauwe glazenmaker.

naar top van pagina

Bruine glazenmaker


De Bruine glazenmaker is een talrijke soort die je op veel plekken aan kunt treffen. In de zomer verschijnt deze soort zelfs zo af en toe in onze tuinen. Dit zijn meestal jonge exemplaren die bij de geboorteplek weg zwermen om uit te harden en uit te kleuren. Als dit proces voltooid is, keren zij naar het water terug om daar te paren en eitjes af te zetten. De Bruine glazenmaker kan bij allerlei wateren voorkomen, zowel heidevennen als petgaten en sloten en vaarten. Als de eitjes in het water afgezet zijn, blijft de uitgekomen larve nog vier jaar in dat water leven. In het vierde jaar vindt de metamorfose plaats en sluipt de libel uit de larve. De larve leeft dus vier jaar in het water terwijl de libel hooguit zo'n zes weken leeft. De Bruine glazenmaker is gemakkelijk te herkennen aan het geheel bruine lichaam met zelfs bruine ogen. Ook de beadering van de vleugels is bruin zodat dezen in het geheel bruin lijken.

naar top van pagina

Vroege glazenmaker


Ook het lichaam van de Vroege glazenmaker is bruin bij de volwassen exemplaren. Bij jonge exemplaren is de kleur bijna oranje. De Vroege glazenmaker heeft geen bruine vleugeladers waardoor de vleugels meer transparant lijken. Tevens heeft deze soort duidelijk groene ogen. Dit onderscheid in vleugel- en oogkleur verschilt duidelijk van de Bruine glazenmaker. De Vroege glazenmaker is op sommige plekken een algemene soort al zul je ze minder vaak in de eigen tuin aantreffen. In Opsterland voorkomend bij de Alde Ie en daarnaast in de Deelen. Op plekken waar vis wordt uitgezet ten behoeve van de sportvisserij, heeft deze soort het moeilijk met voortplanten. De in het water levende larven zijn een welkome voedselbron voor vissen.

naar top van pagina

Groene glazenmaker


De Groene glazenmaker staat op de Rode lijst in de categorie bedreigd en is daarmee de meest zeldzame soort van genoemde vier. Deze soort komt alleen voor op plekken waar Krabbescheer groeit. De vrouwtjes zetten hier alleen hun eitjes op af. Plaatselijk kan deze soort zeer talrijk voorkomen. Op 9 augustus 2002 vond ik bij de Alde Ie bij Gorredijk 33 mannetjes en 22 vrouwtjes. Op die plek is de vaart vol gegroeid met Krabbescheer. Aangetekend moet worden dat 55 exemplaren een uitzonderlijk aantal is. Dit valt te wijten aan het feit dat het op die dag bewolkt weer was en er onweer dreigde. Hierdoor zaten de libellen stil in de begroeiing en lieten zich goed tellen. Vrouwtjes en mannetjes zijn bij deze soort goed te onderscheiden. Het achterlichaam en borststuk van de vrouwtjes zijn grotendeels groen terwijl de mannetjes een grotendeels blauw achterlichaam hebben met een groen borststuk.

naar top van pagina
Juffers

Variabele waterjuffer


Deze soort is waar te nemen vanaf 23-04 tot aan 4-09. De Variabele waterjuffer is van het geslacht coenagrion. Alle juffers van het geslacht coenagrion zijn de bekende juffers die blauw met zwart getekend zijn. Van dit geslacht zijn er in Nederland 3 soorten zeer talrijk. Waarvan de Variabele waterjuffer wel de meest talrijke is. Het achterlijf van juffers en libellen is te verdelen in 10 sigmenten en de tekening op deze sigmenten is belangrijk voor de determinatie. Let bij de coenagrions,blauwe juffers, vooral op het tweede sigment. Het tekeningetje op sigment 2 is vaak bepalend voor de juiste determinatie. Het tekeningetje van de Variabele waterjuffer ziet er uit als een door midden gesneden likeur roemertje. Verder is ook de schouderstreep die zich op de rugzijde van het borststuk bevindt belangrijk. De schouderstreep van de Variabele waterjuffer ziet er uit als een uitroepteken. Deze schouderstreep is blauw terwijl de rugzijde van het borststuk verder zwart is. Bij de vrouwtjes van de coenagrion soorten is de determinatie wat lastiger. Deze kan alleen met zekerheid gedetermineerd worden door een loep te gebruiken.

naar top van pagina

Lantaarntje


Het Lantaarntje is Nederlands algemeenste soort en het zelfde geldt voor Opsterland. Deze soort is waar te nemen van 28-04 tot 14-10. De hele lente, zomer en herfst vliegt deze soort dus. Het Lantaarntje is ook gemakkelijk te determineren. Het is een vrij kleine juffer met een helemaal zwart achterlichaam met uitzondering van sigment 8 wat bij de mannetjes lichtblauw is. Dit blauwe sigment licht als het ware op in het verder zwarte achterlichaam. Vandaar de naam Lantaarntje. Bij het mannetje zijn de lichte delen van het borststuk blauw,dat zijn de zijkanten van het borststuk en de schouderstreep. Verder is het borststuk zwart. Bij de vrouwtjes is opletten geboden omdat er van het vrouwtje wel 5 verschillende vormen in Opsterland voorkomen. Zo kan de kleur van borststuk en van sigment 8 nogal verschillen. Een hele mooie vorm is vorma violacea. De lichte delen van het borststuk zijn bij deze vorm violet van kleur.

naar top van pagina

Vuurjuffer


De Vuurjuffer is ook zeer algemeen in Opsterland en kan waargenomen worden van 10-04 tot 14-09. 10-04 is wel een erg vroege datum voor juffers en de meeste soorten vliegen dan ook pas enkele weken later. De Vuurjuffer is ook weer gemakkelijk te determineren. De lichte delen van mannetje en vrouwtje zijn bij deze soort vuurrood. Vandaar dus zijn naam. In Opsterland komen slechts twee soorten juffers voor die rood zijn. Deze twee rode soorten zijn ook weer gemakkelijk uit elkaar te houden. Zo heeft de Vuurjuffer zwarte pootjes en een rode schouderstreep op het verder zwarte borststuk. De Koraaljuffer,de tweede rode soort, is ten eerste veel zeldzamer in Opsterland en heeft rode pootjes. De Koraaljuffer heeft geen schouderstreep terwijl de Vuurjuffer dat heel duidelijk heeft. De determinatie is niet moeilijk dus. Bij de Vuurjuffer zijn mannetje en vrouwtje ook gemakkelijk van elkaar te onderscheiden. Het vrouwtje heeft meer zwarte tekening op het achterlijf dan het mannetje.

naar top van pagina
Links

Libellennet

Libellennet is een zeer uitgebreide site over de libellen en juffers die in Nederland voorkomen.

 

Groene glazenmaker

Een website over de bedreigde Groene glazenmaker.