Futen

Futen behoren tot de familie Podicipedidae. Wereldwijd komen er zo'n 20 soorten futen voor. Alle soorten zijn broedvogels van wateren met zoet water. Ze overwinteren ook wel op zee, in een zout milieu, maar er is geen enkele soort die in een zout milieu broedt.

 

De Nederlandse fuut


Fuut met gevangen vis


Van de twintig soorten futen zijn er zes soorten in Nederland waargenomen:

  • Fuut (Podiceps cristatus)
  • Roodhalsfuut (Podiceps grisegena)
  • Kuifduiker (Podicepsauritus)
  • Geoorde fuut (Podiceps nigricollis)
  • Dodaars (Tachybaptus ruficollis)
  • Dikbekfuut (Podilymbus podiceps)

Vijf van deze soorten zijn min of meer talrijk of algemeen. Maar de dikbekfuut is een dwaalgast die slechts twee keer in Nederland is waargenomen.

 

De Fuut


Fuut

Iedereen kent de fuut. Het is een algemene verschijning op verschillende wateren. De fuut is het hele jaar in Nederland aanwezig. In de zomer zijn ze in de broedgebieden en in de winter trekken ze naar het IJsselmeer of naar het wad.
Het is algemeen bekend dat er in het najaar, na het broedseizoen, duizenden futen naar het IJsselmeer trekken om daar de rui door te maken. Tijdens deze rui kunnen de futen niet vliegen, zij ruien namelijk alle handpennen tegelijk. Omdat ze tijdelijk niet kunnen vliegen voelen zij zich veilig op het open water. Ook in strenge winters, zelfs als het IJsselmeer is dicht gevroren, zijn er nog futen in Nederland. Ik heb ze met tientallen tussen het drijfijs op het Wad gezien.
In de winter mist de fuut zijn mooie roodbruine kopveren en is dan vrij egaal grijs van kleur. Al vroeg in het voorjaar of eigenlijk aan het einde van de winter zijn de eersten alweer in pracht- of broedkleed. Zodra in het binnenwater het ijs is gesmolten zijn de futen daar weer present. Mijn vroegste waarneming van jonge futen was in de laatste week van maart. Maar je kunt in augustus ook nog jonge halfvolgroeide futen waarnemen. Ze hebben dus een langgerekt broedseizoen.

 

Roodhalsfuut

In tegenstelling tot de gewone fuut is de roodhalsfuut een zeer zeldzame broedvogel in Nederland. Slechts een enkel paar komt hier soms tot broeden. Een broedgeval is dus hoogst uitzonderlijk. De roodhalsfuut is wel een algemene wintergast en wordt het meest gezien tussen augustus en mei. In januari en februari zijn de meeste exemplaren aanwezig. Ook overzomeren er jaarlijks enkele exemplaren in Nederland.
In de winter mist de roodhalsfuut zijn rode hals. De vogel is dan hoofdzakelijk grijs met een wat lichtere voorhals en oorstreek. Roodhalsfuten zijn iets kleiner dan de gewone fuut. Samen met de gele snavelbasis zijn dit goede kenmerken om de soort te determineren.
Roodhalsfuten verblijven in de winter het meest in havens langs de kust en ook wel langs de Afsluitdijk. Noemenswaardig is de roodhalsfuut die 's zomers in de Lindevallei verblijft. Dit exemplaar heeft hier in ieder geval drie jaar achtereen overzomerd. Hier kon de soort goed in zomerkleed bekeken worden. Er werd telkens maar een exemplaar waargenomen. Van een broedgeval is hier dus geen sprake.

 

Kuifduiker


Kuifduiker

De kuifduiker is een algemene doortrekker en wat minder algemeen als wintergast. De kuifduiker is weer iets kleiner dan de roodhalsfuut maar nagenoeg even groot als de geoorde fuut. Ook het verenkleed van kuifduiker en geoorde fuut lijkt in de winter veel op elkaar. De kuifduiker heeft een wit puntje op de snavel en heeft een langwerpige kop. Deze twee kenmerken onderscheiden hem van de geoorde fuut.
De kuifduiker broedt absoluut niet in Nederland. Toch kun je wel kuifduikers in zomerkleed in Nederland aantreffen. Net als de gewone fuut ruien sommige exemplaren al vroeg in het voorjaar naar het zomerkleed. Tijdens de voorjaarstrek kun je ze in zomerkleed zien.
Goede plekken om kuifduikers tijdens de voorjaarstrek, dit is in april, te zien zijn de havens bij Lauwersoog, Den Oever en Kornwerderzand. Op deze locaties heb ik verscheidene exemplaren waargenomen. In zomerkleed zijn kuifduiker en geoorde fuut gemakkelijk van elkaar te onderscheiden.

 

Geoorde fuut

De geoorde fuut is even groot als de kuifduiker. In de winter lijken de twee soorten veel op elkaar, maar de geoorde fuut mist de witte snavelpunt. De geoorde fuut heeft een iets opgewipte snavel en een rond kopje. Bij de kuifduiker is de kop langwerpig.
In de winter kun je kuifduiker en geoorde fuut op dezelfde locaties aantreffen. De geoorde fuut is echter het hele jaar in Nederland aanwezig. Het is een schaarse broedvogel.
In de winter verblijven de vogels niet in hun broedgebied. Plekken waar ik in onze omgeving meerdere broedparen heb waargenomen zijn: het Fochteloërveen, de Jandurkspolder en het Diaconieveen. Geoorde futen zoeken vaak bescherming in kokmeeuwkolonies. Op vennen en plassen waar kokmeeuwen broeden kun je dus alert zijn op geoorde futen.
De geoorde fuut is tamelijk zwijgzaam in tegenstelling tot de dodaars die met zijn roep zijn aanwezigheid verraadt. Het aantal broedparen van de geoorde fuut schommelt nogal per jaar.

 

Dodaars

Dit is de kleinste fuut die in Nederland voorkomt, hij is even groot als een vuist.
De dodaars is het hele jaar in Nederland aanwezig. In de winter kun je hem langs de Afsluitdijk of in het Lauwersmeergebied tegenkomen. Het hoogste aantal zag ik in het nieuwe Robbegat. Hier waren op een winterdag 30 exemplaren aanwezig. In het broedseizoen is de dodaars veel op heidevennen te vinden. Zijn aanwezigheid verraadt hij direct door zijn luide geroep. Zo hoorde ik op een dag in het broedseizoen maar liefst acht exemplaren roepen langs de Knardijk.
De dodaars is beslist geen zeldzame soort. Het aantal broedparen wordt geschat op zo'n 1200. Wie eenmaal het geluid van de dodaars kent zal hem niet gauw meer missen.

 

Meer over de Dodaars kunt u hier lezen

 

Dikbekfuut

De dikbekfuut is een zeer zeldzame dwaalgast die slechts twee keer in Nederland is gezien. De soort hoort thuis in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika. De exemplaren die in Nederland zijn waargenomen hadden dus een lange reis achter de rug.

 
Thymen de Groot / Verschenen in de Geaflecht van september 1999

« terug naar overzicht artikelen