Lucht, water, zonlicht en levensvormen

Eens zijn de levensvormen op aarde verschenen. Dat begon toen de aarde voor deze levensvormen bewoonbaar werd! De aarde die als enige planeet binnen 'ons' zonnestelsel levensvormen kan voortbrengen. Op aarde waren geen levensvormen toen de zeeën nog niet waren gevormd, doch de hoogten en de dalen na de stolling van de vloeibare massa was tot stand gekomen. 'Lege'oceanen! Miljoenen jaren geleden! De Natuur heeft geduld! De temperaturen lagen 'In den beginne', ook na de stolling van de gesteenten, ver boven het kookpunt van het water (100 °C). Er kon dus geen water op aarde zijn. Het water was er wel, doch alleen in de vorm van oververhitte stoom boven het aardoppervlak. Zeer langzaam koelden de gesteenten af.

 

Condensatie


Oersoep

Toen kwam er een moment dat de temperaturen in de lucht beneden de 100 °C kwamen. Daarna begon de eerste condensatie op gang te komen. En zo kwam de eerste 'regen' op aarde tot stand. In de loop van - naar ik denk - wel duizenden jaren, werden door condensatie de oceanen gevormd. Deze oceanen bestonden toen volledig uit zoet water! En al het water dat uit de lucht neerdaalde vulde de dalen en vormden de oceanen. Toen alle 'stoomwaterdamp' uit de lucht was verwijderd, verscheen het zonlicht op deze aarde. Er was nog geen enkele levensvorm! Het zonlicht deed het water in de oceanen verdampen, er ontstond wind, de waterdamp vormde regen (zoals dat nu nog gebeurt). De regen viel op de bergruggen. Toen ontstonden de rivieren. Het water dat op de bergen viel loste mineralen in zich op die in deze bergen aanwezig waren zoals zout (natriumchloride), kalk (calcium), silicium enz. Al deze elementen en verbindingen werden door de rivieren naar de oceanen getransporteerd. Steeds werd de zee zouter en sleten de bergen af, zoals ze dat nu nog steeds doen. Al deze sedimenten komen in zee terecht, iets dat nog steeds door gaat. In het begin was de watertemperatuur nog zeer hoog. Toen deze temperatuur zover was gedaald dat de eerste levensvormen konden gedijen, kwamen deze. Hoe deze levensvormen (de eerste bacteriën) er kwamen mag de lezer zelf invullen. Hoe de eerste microwieren zijn ontstaan tasten we ook nog steeds in het duister. Eén ding is zeker: deze microwieren ontstonden in zee. Ze kregen ook het bladgroen (chlorofyl) in zich, een chemische verbinding die ook nog in elke plant aanwezig is. Toen deze aanwezigheid van bladgroen in de eerste levende planten aanwezig was, kon de fotosynthesewet in de praktijk worden gebracht. Het kooldioxidegehalte was zeer hoog, het vrije zuurstofgehalte zeer laag. De meeste zuurstof had zich met waterstof door de hoge temperaturen, verenigd tot water (2H² + O² = 2H²O). Dit was één van de eerste chemische reacties op aarde. Deze chemische reactie behoort tot de natuurwetten op aarde, zoals elke chemische reactie hiertoe behoort.

 

Er zij evenwicht!


Oerwoud

Voordat deze 'chemische wet' in werking trad waren er twee wetten al aanwezig. Deze gelden ook nu nog voor het gehele universum. De ene wet is de gravitatie (aantrekkingskracht); de andere wet is de middelpuntvliedende kracht. In een stelsel in het heelal dat in evenwicht is, zijn beide krachten precies aan elkaar gelijk. Dat geldt in ieder geval voor ons zonnestelsel. Er is evenwicht (exact) tussen de aantrekkingskracht aarde-maan en de middelpuntvliedende kracht van de rondgang van de maan en onze aarde. Er is evenwicht tussen de massa van aarde en maan samen in de rondgang om de zon. Het gemeenschappelijke zwaartepunt ligt in de aardmantel. Deze gemeenschappelijke rondgang om de zon geschiedt in 365 dagen, 5 uren, 48 minuten en 11 seconden. Al duizenden jaren lang. Onze daglengte is 23 uren, 56 minuten en 4 seconden. Al duizenden jaren lang. Er is perfect evenwicht tussen de onderlinge gravitatie en de middelpuntvliedende kracht. Indien deze wet na de 'Big-Bang' niet zou zijn ingesteld in de Kosmische Natuur, zou de aarde nooit hebben kunnen bestaan. Wij als menselijke wezens zouden er dan ook nooit zijn geweest. Doch de wet is er. En zolang deze wet in de natuur zal worden gehandhaafd, zal de aarde kunnen bestaan en zullen er levensvormen op aarde zijn. De grondwet in het gehele heelal is: er zij evenwicht! Indien deze grondwet er niet was geweest, was er geen aarde geweest omdat er geen evenwicht zou zijn.

 

Fotosynthese

Toen zoals al is beschreven de eerste microalgen in zee 'ontstonden', mét bladgroen in zich, werd de fotosynthesewet in het leven geroepen. Er was in de lucht een overmaat aan kooldioxide. Deze kooldioxide was er ook in opgeloste toestand in het water. Er was water in de oceanen enerzijds en er was na de vorming van de oceanen ook zonlicht. Toen waren alle factoren aanwezig om de fotosynthesewet te doen plaatsvinden. Deze wet luidt: 6 delen kooldioxide plus 6 delen water, plus de energie van de zon, geven in een chemisch proces glucose plus 6 delen zuurstof. De glucose geeft aan het organisme de energie. In dit gebeuren is de zuurstof een 'afvalproduct'. Doch dankzij dit afvalproduct, dat zich in miljoenen jaren in de atmosfeer heeft gevormd, kunnen wij nu ademen! Daarna zijn vanuit de levensvormen uit zee de levensvormen op het land ontstaan. Op welke wijze dat miljoenen jaren geleden is ontstaan, kunnen we niet weten. We weten wél, dát het is gebeurd. De eerste planten op aarde werden gevormd in de sedimenten welke door de rivieren vanuit de bergen waren afgezet. Ook dit overgangsproces heeft miljoenen jaren geduurd. De fotosynthesewet bleef echter bestaan. Deze wet bestaat ook nu nog exact zoals ze in het allereerste begin ontstond. Het kooldioxidegehalte in de lucht daalde; het zuurstofgehalte steeg.

 

Voldoende zuurstof


DinosauriŽr

Zowel in zee als veel later op het land, kwamen er ook dieren. Hoe dat is gebeurd mag de lezer wederom zelf invullen en dus daarover zelf haar of zijn gedachten hebben. Naarmate het zuurstofgehalte in de lucht steeg, konden er dieren 'in het leven worden geroepen' die een grotere zuurstofdruk in de lucht nodig hadden. Dat moment kwam toen er grote hoeveelheden kooldioxide in grote plantenmassa's waren omgezet. Onder andere in de Carboontijd en daarvoor. Er kwamen dinosauriërs die toen voldoende zuurstof konden inademen om de verbranding van hun voedsel in hun lichaam te kunnen omzetten in energie. Deze wet die toen gold voor de dinosauriërs, is dezelfde wet die ook geldt voor de mens. We moeten voldoende zuurstof kunnen inademen om deze verbrandingsprocessen van ons ingenomen voedsel voldoende energie te doen opleveren! De afvalproducten van deze verbranding in ons lichaam zijn water en kooldioxide. Bij deze verbranding is dus zuurstof nodig. Dit proces is in wezen het omgekeerde van het fotosyntheseproces. De grondwet in het heelal, dus óók in het natuurgebeuren op aarde is, zoals al vermeld: 'er zij evenwicht'. Ook in ons lichaam! Na miljoenen jaren kwam er evenwicht op aarde in de atmosfeer. Stikstof plm. 78 %, zuurstof plm. 21 % en kooldioxide plm. 0,03 %. Het restpercentage 0,997 % bestaat uit een aantal edelgassen, zoals helium en argon. En al die kooldioxide is binnen het fotosyntheseproces omgezet in kolen, olie en aardgas, diep onder het maaiveld. Toen de mens op aarde verscheen was er nog evenwicht. Toen de mens ontdekte hoe er vuur kon worden gemaakt, toen kwam er heel langzaam een verschuiving in het evenwicht. Dat ging echt heel langzaam omdat in het begin van de ontwikkeling van het mensdom het aantal individuen zeer klein was. Het aantal individuen binnen de menselijke soort heeft zich echter langzamerhand in een exponentieel tempo ontwikkeld. Vanaf het moment dat de mens vuur kon ontwikkelen door middel van wrijvingsmethoden en tevens door het 'aanhouden' van vuren die door bliksem waren veroorzaakt, begon de verhoging van het kooldioxidegehalte in de lucht weer toe te nemen. Deze verhoging van het dioxinegehalte in de lucht is nog steeds in volle gang en deze verhoging zal doorgaan zolang de mens in staat zal zijn om fossiele vastgelegde brandstof te kunnen verbranden. Gelukkig zal de mens nooit in staat zijn om alle gevormde fossiele brandstof (olie, kolen en aardgas) te verbranden. Indien dit wél mogelijk zou zijn geweest zouden de menselijke individuen stikken door te kort aan zuurstof. Dus ver beneden de 40 mm kwikdruk!

 

Gericht op overleving


Neandertaler

Eens zal er een tijd komen dat aardgas op is en dat de kolenlagen en olieaders niet meer bereikbaar zijn. Alles is op! Dan komt er weer een evenwicht. De mens zal kunnen leven van het voedsel dat door de fotosynthese ook dán zal worden gegeven. Door het verhoogde kooldioxidegehalte in de lucht en een verhoogde gemiddelde temperatuur, zal de plantaardige voedselproductie zijn toegenomen. Op dit moment nu schrijver dezes zijn gedachten in dezen tracht te verwoorden, is het evenwicht tussen instraling van de zonne-energie en de 'albedo' (de uitstraling van de energie naar het heelal toe) doorbroken. Vanuit de energie van de zon waarvan de aarde slechts een fractie ontvangt, wordt de instraling omgezet in infraroodstraling, dus warmtestraling. Deze warmtestraling wordt vastgehouden door de steeds toenemende kooldioxidegehaltes en de metaangehaltes in de lucht. De instralingsenergie is daarom groter dan de uitstralingsenergie naar het heelal toe. De opwarming van de aarde aan de oppervlakte, evenals door overdracht van deze warmte aan de oceanen, zal er toe leiden dat het zeeniveau gaat stijgen. Overstromingen, zeer zeker! Dit proces komt weer in evenwicht als de mens geen vuur meer kan maken op de wijze zoals dat nu geschiedt. De mensen ontmoeten zich zelf dan weer. Men ontdekt dan dat er om in leven te blijven en te genieten van het leven, zo weinig nodig is. Alleen zuiver water, zuiver voedsel, zuivere lucht, zonne-energie (ook windmolenenergie is zonne-energie), een dak boven het hoofd, evenals kleding in de koudere gebieden der aarde. Als de olie op is, zal de mens het weer gewoon met zijn spieren moeten doen. Zal het paard weer als hulp in de landbouw terugkeren en zal het zeilschip weer gaan varen. Dat kan alleen als men voortijdig voldoende energie heeft gestoken in het tot stand brengen van de windmolens, zonnepanelen en getijdencentrales. Als ze nog moeten worden gebouwd als de olie op is dan lukt het niet meer, want metalen moeten je kunnen smelten. Daar is veel energie voor nodig. Als men op tijd zorgt dat er voldoende windmolens, directe zonne-energie en getijdenenergie (een samenwerking tussen maan en zon) voorhanden zijn, dan kan men door middel van deze energie deze installaties ook onderhouden. Door gebrek aan brandstof zullen de vliegtuigen gelukkig uit de lucht verdwijnen. Dat had nu al lang zo moeten zijn. Het autoverkeer zoals we dat nu kennen zal er eveneens niet meer zijn. Zoveel energie als nu ontleend wordt aan de fossiele brandstof, zullen de zonne- en getijdenenergiecentrales nooit op kunnen brengen. Immers, in een tijdperk van een paar honderd jaar hebben wij als mensen met elkaar op deze aarde opgestookt wat in de Natuur in miljoenen jaren is vastgelegd. Al deze energie zal door de mens overigens nooit allemaal kunnen worden benut vanwege de onbereikbaarheid daarvan. De toekomstige mensheid zal zich moeten beperken. Gedwongen door de Natuur zelf. Fabrieken zoals we die nu kennen als energieverslindende bedrijven, zullen er niet meer zijn. De energie van de toekomst zal gericht zijn op overleving. Een beperkt autoverkeer op de wegen die zullen blijven bestaan, zal er kunnen zijn. Door middel van zonne- en getijdenenergie is elektrolyse van water mogelijk. Dus het omgekeerde wat er ontstond toen de aarde nog in wording was, ver voordat er enige levensvorm op aarde mogelijk was. Door middel van elektrolyse van water ontstaat er waterstof en zuurstof. Twee delen water worden dan omgevormd in twee delen waterstof en één deel zuurstof. Chemisch vertaald luidt dit: 2H²O?2H²+O². Deze H² (waterstof) hebben we nodig als brandstof voor onze auto. De zuurstof (O²) kunnen we gewoon in de lucht vrijlaten, maar ook opvangen en benutten voor zuurstofvoorziening in bijvoorbeeld ziekenhuizen. Eén ding is echter zeker: óók dan zal de fotosynthesewet er nog zijn en zal er voedsel op aarde worden geproduceerd om onze lichamen en die van de andere dieren de nodige lichaamsenergie te geven.

 

Grondwet der natuur


Maaien

Hoeveel onheil wij als mensen gezamenlijk ook in de natuur hebben gesticht, wij zullen nooit de fotosynthesewet, de zwaartekrachtwet en de middelpuntvliegendekrachtwet kunnen beïnvloeden. Deze behoren tot de Grondwet der Natuur: er zij evenwicht. De Natuur zal zich hieraan houden. Zolang de zon (onze enige energiebron) er zal zijn, de aardbol om ongeveer 24 uren om haar eigen as zal blijven draaien, de maan in hetzelfde tempo als nu om onze aarde zal draaien, de scheefstand van de aardas van 23½º uit de loodlijn op het ecliptica vlak zal blijven gehandhaafd, aarde en maan samen in ongeveer 365 aardse omwentelingen om de energiebron - de zon - zullen blijven draaien, dan zal er voor ons allen voedsel zijn op deze aarde, evenals warmte! Dan ook zal er voldoende zuurstofproductie zijn. Want ook zolang het gras nog groen is - ook in de winter - zal daar zuurstofproductie zijn. De grote 'longen der aarde' zijn de regenwouden en de oceanen samen. De zuurstofproductie geschiedt langs dezelfde fotosynthesewet, doch de ingrediënten worden langs een andere weg aangeleverd. In de regenwouden, maar ook in de noordelijke en zuidelijke bossen wordt het benodigde water door de zuigwerking van de bomen (turgor) naar de bladeren gevoerd. Door deze zelfde bladeren wordt het kooldioxide door de zonne-energie verenigd en wordt de glucose gevormd en de zuurstof in de lucht gebracht. In de oceanen nemen de micro-algen het water uit de oceaan op en verenigen dit met het opgeloste kooldioxide in het water. Het resultaat is met behulp van dezelfde zonne-energie dat er eveneens glucose wordt gevormd en dat er eveneens zuurstof aan de lucht wordt afgestaan. De werkwijze is verschillend, het principe hetzelfde.

 

Mede schuldig

Kooldioxide kan in water opgelost zijn. Indien deze natuurwet niet had bestaan, zouden wij als mensen ook niet kunnen bestaan. Immers: de kooldioxide welke bij de verbrandingsprocessen in ons lichaam wordt gevormd, moet het lichaam wel kunnen verlaten. Het wordt in onze aderen opgelost in water, naar de longen gevoerd en uitgeademd. De oceanen nemen eveneens grote hoeveelheden kooldioxide op. Een groot deel hiervan wordt gebonden aan calciumdeeltjes die door de rivieren uit de bergen naar zee worden gevoerd. Deze verbinding levert calciumcarbonaat. Deze verbinding hebben de schelpdieren nodig voor het maken van hun woning. Zolang het evenwicht in de oceanen aanwezig zal zijn, hoeven we ons geen zorgen te maken over onze zuurstofvoorziening. Waar schrijver dezes zich wel grote zorgen over maakt is het in snel tempo verdwijnen van de regenwouden. Deze verdwijning leidt tot een wereldwijde ecologische verstoring. Duizenden soorten planten en dieren verdwijnen. Het verdwijnen van de regenwouden leidt tevens tot overstromingen doordat de sponsvormige bodem van de bossen het water niet geleidelijk naar de rivieren zal afgeven. Als deze sponsvorming verdwenen is zal het water met geweld naar de dalen stromen. Deze wereldwijde verstoring van het ecologische evenwicht speelt de mens nu al parten, maar het zal zeer zeker erger worden. Een ieder die hardhout koopt is hieraan schuldig. In het huis van schrijver dezes zijn ook hardhouten kozijnen geplaatst, dus is hij mede schuldig. We moeten dus allen de hand wél in eigen boezem steken en de kappers van de regenwouden niet alléén als schuldigen aanwijzen. Evenzo zijn wij allen mede schuldig aan de enorme luchtvervuiling die vliegtuigen veroorzaken en tevens aan de energieverslinding die deze machines veroorzaken als we er gebruik van maken. Hetzelfde geldt voor de auto.

 

Niet alleen de boeren

Er zijn in Nederland geen centrales meer die worden gestookt met kolen, denk ik. Deze centrales hebben zwaveldioxide als uitstoot. Deze zwaveldioxide geeft uiteindelijk zwavelzuur in het biotoop. Onze auto's geven via de uitlaat een verbinding af tussen stikstof en zuurstof wat uiteindelijk leidt tot salpeterzuur. De vermesting van onze bossen. Vermesting van zeer veel andere biotopen. De negatieve invloed van het vliegtuig en de auto is er nog steeds. Het wordt zelfs in een exponentieel tempo erger. Dan is er nóg een factor die de vermesting in de natuur beïnvloedt. Dat is de uitstoot van ammonia (NH³). Deze geschiedt vanuit het boerenbedrijf. Binnen de overheid zijn hiervoor regelingen getroffen. Meststoffen moeten door de boeren nu in de grond worden geïnjecteerd, zodat er geen ammoniak aan de lucht wordt blootgesteld. In de bodem wordt dan de oplossing in het grondwater (indien aanwezig) omgevormd tot NH4+OH. Daarna vindt er door electronenwisseling verdere omvorming plaats. OH- wordt vervangen door NO³ (nitraat). Dan wordt er ammoniumnitraat gevormd. Zo kan er ook calciumnitraat en natriumnitraat worden gevormd door het strooien van kunstmest bijvoorbeeld. Doch de meeste nitraten die op onze aarde neerdalen, worden gevormd door het verkeer en de industrie. Binnen het landbouwgebeuren zijn regelingen getroffen. Binnen het auto- en het vliegtuiggebeuren zijn geen regelingen getroffen. De uitstoot van NH³ is aan banden gelegd. De uitstoot van NO³ niet. Naar mijn gevoel moeten de boeren in onevenredige mate bijdragen aan het tegengaan van de vermesting in de natuur. Deze wijze van handelen door de Europese overheden is naar het inzicht van ondergetekende geenszins de juiste. Binnen het auto- en vliegverkeer moeten eveneens op korte termijn maatregelen worden getroffen door alle wereldwijde overheden. Dit zal moeten worden geregeld binnen de Verenigde Naties. De boeren zijn beslist niet de enigen die het ecologisch natuurgebeuren bedreigen. Wij allen die gebruik maken van onze auto zijn hieraan eveneens mede schuldig. Ook boeren rijden wel eens in de auto. Ze zijn dan ook mede verantwoordelijk voor de uitstoot van nitraat. Hieruit blijkt wel dat de invloed van de mens op het natuurgebeuren een enorm complex gebeuren is. In ieder geval moeten we elkaar niet de 'zwarte piet' toespelen om ons zelf vrij te pleiten. In een wereldwijd, gezamenlijk overleg zullen we moeten trachten de beste weg te vinden voor een redelijk voortbestaan van ons eigen nageslacht. Maar ook van al die geslachten van andere soorten die ons begeleiden op deze aarde. Een ding moeten wij namelijk goed beseffen: wij als mensen zijn niet meer waardig dan een vogel, een bij of een muis! Wij allen mens, vogel, bij of muis hebben onze eigen taak in deze grootse Natuur toebedeeld gekregen. Doch wij mensen zijn de enige soort in de natuur - denk ik - die dat besef in zich draagt. Dit besef in ons dragende, geeft ons wereldwijd de morele verplichting mede zorg te dragen voor onze medeschepselen!

 
Kees Stuurman / Verschenen in de Geaflecht van maart 2005

« terug naar overzicht artikelen