Uilen

Uilen zijn roofvogels die vooral 's nachts of in de schemering actief zijn. Nederland is niet erg rijk aan uilensoorten. Van de 177 soorten komen er slechts acht in Nederland voor.

 

Uilen in Nederland

In Nederland komen slechts acht soorten uilen voor:

  1. Kerkuil (Tyto alba)
  2. Ransuil (Asio otus)
  3. Bosuil (Strix aluco)
  4. Velduil (Asio flammeus)
  5. Steenuil (Athene noctua)
  6. Oehoe (Bubo bubo)
  7. Sneeuwuil (Nyctea scandiaca)
  8. Ruigpootuil (Aegolius funereus)

Van deze acht soorten zijn de eerste vijf min of meer algemeen De oehoe, sneeuwuil en ruigpootuil zijn een stuk zeldzamer en worden beschouwd als dwaalgasten.

 

De uilenfamilie

De uilen behoren tot de orde Strigiformes met in totaal 177 soorten. Deze zijn onderverdeeld in twee families: de Tytonidae oftewel kerkuilen met 15 soorten en de Strigidae met 162 soorten.
Bij kerkuilen vindt men voldoende verschillen van de andere uilen om ze in een aparte familie te plaatsen. Recent onderzoek wijst er zelfs op dat de twee families helemaal niet nauw verwant zijn, maar alleen gelijke kenmerken vertonen vanwege een gelijk gerichte ontwikkeling (convergentie evolutie)

 

Kerkuil


Kerkuil - Foto: Mark Zekhuis

Van de 15 soorten kerkuilen komt er slechts één voor in Nederland. Deze prachtige uil nestelt veelal in schuren, bijgebouwen, ruïnes en dergelijke, soms ook in boomholten.
De kerkuil jaagt 's nachts. Hij vliegt dan laag over de grond met een lichte veerkrachtige slag, verandert vaak van richting en blijft soms boven een bepaald punt hangen. Enkel op zijn uitzonderlijke scherpe gehoor kan hij zijn prooi lokaliseren en grijpen. Hij vangt meestal kleine knaagdieren. Schommelingen in het aantal prooidieren bepalen gedeeltelijk het broedsucces en de talrijkheid van de kerkuil.

 

Ransuil


Ransuil - Foto: Tjeerd Geertsma

Met zo'n 10.000 broedparen is hij een zeer talrijke broedvogel. De soort heeft oorpluimen die goed opvallend zijn en is daardoor gemakkelijk van de andere uilen te onderscheiden. Ransuilen broeden in oude kraaiennesten of op roofvogelhorsten. Meestal in dichte naaldbossen. Maar ik neem ook elk jaar een broedpaar waar in de Deelen.
De ransuil jaagt 's nachts en in de schemering voornamelijk op woelmuizen. Hij komt voor in heel Europa en Azië tot op Spitsbergen en Groenland en tot in Afrika.
's Winters verzamelen de ransuilen zich vaak in groepen van enkele tientallen op gemeenschappelijke slaapplaatsen. Dit zijn de zogenaamde roestplaatsen.

 

Bosuil


Bosuil - Foto: Jan C. van der Straaten

De bosuil is iets groter dan de ransuil. Bosuilen broeden al heel vroeg in het jaar in holle bomen of nestkasten. De bosuil laat zich vroeg in het jaar goed waarnemen en verraad zijn aanwezigheid door zijn luide kenmerkende geroep. De soort leeft van kleine knaagdieren, egels, vogels en zelfs kikkers.
Zijn verspreidingsgebied beslaat heel Europa en Azië en een deel van Noord-Afrika. Met zo'n 5000 broedparen is de bosuil een algemene broedvogel in Nederland

 

Velduil


Velduil - Foto: Piet Munsterman

De velduil heeft ook oorpluimen, maar die zijn minstens de helft korter dan die van de ransuil. De velduil heeft zijn nest op de grond tussen lage begroeiing in de duinen, op heidevelden, kwelders, hoogveen en akkers. Ooit vond ik een nest onder een rododendron.
Velduilen jagen vaak overdag op muizen en andere kleine dieren.
Ze komen voor in heel Noord-Europa, Azië en Noord-Amerika. Vroeger was de velduil een algemene soort in Nederland maar hij is de laatste tientallen jaren flink in aantal achteruit gegaan. In ons land schommelen de aantallen rond de 100 broedparen die voornamelijk te vinden zijn op de waddeneilanden.

 

Steenuil


Steenuil - Foto: Piet Munsterman

De steenuil is met een lengte van zo'n 22 centimeter de kleinste uil van ons land. Hij is zeer gehecht aan zijn nesthol in een knotwilg of onder een dak. Steenuilen jagen 's nachts op de grond op wormen, grote insecten of reptielen.
Ze komen voor van Zuid-Rusland tot en met Engeland, van het Middenoosten tot Noord-Afrika. In ons land is de Steenuil met 8000 broedparen een algemene broedvogel. Dit is overigens in Groningen en Friesland nauwelijks te merken want in deze noordelijke provincies is de soort zeldzamer dan in de rest van Nederland.

 

Oehoe


Oehoe - Foto: Mark Zekhuis

Van oktober 1973 tot februari 1981 verbleef er een oehoe in de 'Donkere duinen' achter restaurant Duinoord nabij Den Helder. Het liep overigens niet goed af met deze vogel. Want in 1981 werd de vogel die vanaf oktober 1973 in dit gebied verbleef gewond en verzwakt aangetroffen. De vogel die zijn rechtervleugel had gebroken werd naar een dierenarts gebracht. Deze adviseerde de uil te laten behandelen in Artis. Daar werd de gebroken vleugel gezet. Maar de vogel overleed kort nadat hij was bijgekomen uit de narcose. Bij sectie bleek de rechtervleugel een hoeveelheid hagel te bevatten. De vogel was aangeschoten.
Dankzij herintroductieprogramma's is in de laatste jaren het aantal oehoes in België, Duitsland en Luxemburg sterk toegenomen. Hierdoor schijnt vanaf 1982 ook in Zuid-Limburg een aantal broedgevallen succesvol te zijn geweest. In Zuid-Limburg kon in 1988 een exemplaar door een groot aantal vogelaars worden waargenomen.

 

Sneeuwuil


Sneeuwuil - Foto: Jan Nijendijk

De sneeuwuil is een uil met een grootte van zo'n 53-66 cm. De soort heeft een ronde kop met een eigenaardige katachtige uitdrukking. De seksen verschillen aanzienlijk in grootte. De vrouwtjes zijn 20 procent groter dan de mannetjes. Het mannetje is haast helemaal wit terwijl het vrouwtje veel zwarte tekening in het verenkleed heeft. Moeilijker word het onderscheid bij jonge vogels. Jonge mannetjes hebben meer zwart in het verenkleed en lijken daardoor op vrouwtjes.
's Winters zwerven sneeuwuilen naar het zuiden als er na een goed broedseizoen te weinig voedsel is. Soms komt er dan een sneeuwuil in Nederland terecht. Al moet gezegd worden dat zo'n exemplaar dan wel erg ver naar het zuiden is afgedwaald. De sneeuwuil jaagt soms in de schemering maar meestal bij daglicht.

 

Ruigpootuil

In de zeventiger jaren werden in Drenthe regelmatig waarnemingen gedaan van de ruigpootuil. Hij werd gezien in de omgeving van Borger, Gieten, Emmen, Grolloo, Hooghalen, Exloo en Schoonloo.
De ruigpootuil heeft ook geprobeerd te broeden in Nederland. Hij koos als broedplaats een verlaten nestholte van de Zwarte specht. Het lijkt erop dat de aanwezigheid van de bosuil een ongunstige invloed op het voorkomen van de ruigpootuil kan hebben. De bosuil kan de ruigpootuil uit zijn gebied verdrijven.
Wat triest kan worden genoemd is een voorval uit 1974. Een nest van een ruigpootuil, waar bebroede eieren in lagen, werd in beslag genomen door een eekhoorn waardoor het broedsel verloren ging. En dan te bedenken dat dit in dat jaar het enige broedgeval in Nederland was.

 
Thymen de Groot / Verschenen in de Geaflecht van september 2000

« terug naar overzicht artikelen