Van dril tot kikker in de huiskamer


Wist je dat kikkers in ons land beschermd zijn? Dat betekent dat je ze niet mag vangen, meenemen en thuis in een bak stoppen.
Het meenemen van kikkereitjes - het kikkerdril dus - is niet verboden. Dit mag wel worden meegenomen naar huis en in een pot worden gestopt. Dat wordt speciaal voor de jeugd gedaan omdat ze hier zoveel van kunnen leren. Zo kunnen ze mooi zien dat uit het eitje eerst een kikkervisje (dikkopje) wordt geboren, dat door kieuwen ademt. Wat later verschijnen achter- en voorpootjes en nog weer later verandert de dikkop in een echte kikker die nu door longen ademt. Een gedaanteverwisseling wordt dat genoemd en een moeilijk woord hiervoor is metamorfose.

 

Kikkerdril waar je vanaf moet blijven

Toch mag niet het dril worden meegenomen van alle soorten kikkers die hier leven. Het dril van de Boomkikker mag bijvoorbeeld niet meegenomen worden. De Boomkikker is een mooie felgroen gekleurde kikker die in het oosten en zuiden van ons land op struiken en in bomen leeft. Er zijn echter nog maar zo weinig Boomkikkers dat zelfs hun eitjes beschermd zijn. Dat geldt trouwens ook voor de Heikikker. Ook de Heikikker heeft het erg moeilijk in ons land en dus zijn ook deze eitjes beschermd. Heikikkers leven meer in ruigtegebieden zoals bijvoorbeeld heidevelden. Ze zetten hun dril af in iets zuur water (o.a. heidevennen). Door in dit soort gebieden dus geen dril te gaan zoeken is het vrijwel uitgesloten dat er per ongeluk eitjes van de Heikikker worden weggenomen.

 

Kikkerdril dat je mee naar huis mag nemen

Het dril dat thuis wel mag worden gehouden is het dril van de Bruine Kikker en de Groene Kikker. De Bruine Kikker legt al heel vroeg zijn eitjes in het dan nog erg koude water. Halverwege maart soms al. De Groene Kikker legt zijn eitjes meestal begin mei.

 

Hoe moet je het aanpakken?


Neem vooral niet te veel dril mee naar huis. Je hebt altijd meer eitjes dan je denkt. Het water dat je voor het uitbroeden gebruikt mag gewoon leidingwater zijn. Doe het dril thuis in een aquariumbakje of in een grote weckfles en zet dit alles op een lichte plaats, bijvoorbeeld op de vensterbank. Plaats het echter nooit in de zon. Het water wordt dan te warm en je dikkopjes gaan dood.

 

Afhankelijk van de temperatuur komen de eitjes na verloop van tijd uit. Natuurlijk is er zuurstof in het water nodig. Hiervoor kun je wat waterplanten uit de sloot halen. Bij gebrek aan voldoende zuurstof komen anders straks de dikkopjes constant aan de oppervlakte drijven om uit de bovenste laag met hun kieuwen de nodige zuurstof te halen. Ze krijgen daarbij teveel lucht binnen en kunnen niet meer zwemmen en duiken vanwege een luchtbel in hun buik. Zorg wel dat het water schoon blijft.
Haal dode dikkopjes meteen uit het water, anders is het water in een mum van tijd bedorven en gaan de andere dikkopjes ook dood. Dode dikkopjes liggen op de bodem, zijn iets krom en grijzer van kleur. Controleer dit goed omdat ook gezonde larven zich vaak bewegingloos op de bodem ophouden. Zuig dode larven voorzichtig op met een dun slangetje of een rietje. Natuurlijk moet je zorgen dat je daarbij geen water in je mond krijgt.

 

Water verversen

Het water zal vaak ververst moeten worden. Het verversen wordt een stuk gemakkelijker gemaakt door de pot met het vieze water en de dikkopjes door een fijne zeef of een afgeknipt 'voetje' van een panty te gieten. Hang de zeef of panty met de overgebleven dikkopjes in een pot of kom met water (dezelfde temperatuur) en zorg dat de dikkopjes onder water blijven. Spoel de vuile bak of pot schoon en vul het opnieuw met leidingwater, waarna de dikkopjes weer worden overgebracht. Zorg steeds dat het nieuwe water dezelfde temperatuur heeft als het oude. Dikkopjes houden namelijk niet van grote verschillen in de watertemperatuur. Ook hierdoor kunnen ze dood gaan.

 

Wat eten ze?

De dikkopjes eten plantaardig voedsel, zoals algen die ze met hun hoorntandjes in de vrije natuur van planten en stenen raspen. Je hoeft niet zelf op zoek te gaan naar deze algen, want je kunt ze heel goed sla voeren. Was de sla eerst goed en probeer daarna de sla in je vuist zo fijn mogelijk te knijpen (kneuzen). Doe het daarna in een kom en giet er kokend water op. Hierdoor wordt de sla zacht en kan vrijwel direct door de dikkopjes gegeten worden.
De sla mag je afwisselen met visvoer uit een busje, de bekende gekleurde vlokjes. Ook kun je een stukje tomaat proberen. Als de dikkopjes groter worden mag je zo nu en dan een stukje soepvlees in het water laten zakken. Laat het echter niet zo lang liggen dat het begint te rotten. Ook dit kan de dood van de dikkopjes tot gevolg hebben. Het stukje vlees dus hooguit enkele uren laten liggen.

 

En dan.... goed opletten


Als je de dikkopjes goed verzorgt zie je na een poosje dat de achterpootjes te voorschijn komen. De voorpootjes groeien nu ook, alleen zie je die niet. Het is net alsof het dikkopje de handen in de zakken draagt. De voorpootjes zitten namelijk onder de huid verborgen. Als de voorpootjes na een poos tevoorschijn komen, dan moet je goed opletten. Als de voorpootjes namelijk zichtbaar worden, gebeurt er bij het dikkopje ook nog iets anders. De kieuwen verdwijnen en het dier ademt plotseling door longen, net als wij. En net als wij onder water niet kunnen ademen, kan het dikkopje dat nu ook niet meer. Je moet er nu voor zorgen dat de dikkopjes uit het water kunnen kruipen, anders zullen ze verdrinken. Als je bijvoorbeeld een stukje kurkschors in het water legt dan kunnen ze daar opkruipen. Een plankje of iets dergelijks kan ook natuurlijk. Verstandiger is het om zo'n stukje schors of plankje al aan te brengen als de achterpootjes zichtbaar worden. Dan ben je in ieder geval niet te laat.
Behalve het krijgen van longen, gebeurt er in enkele dagen nog veel meer. De staart zie je met de dag korter worden. Ook krijgt het dikkopje oogleden en traanklieren. De kleine mond verandert in een brede bek; de hoorntandjes verdwijnen en een echte kikkerkaak ontstaat. De tong wordt meer dan twee keer zolang, terwijl de vrij lange opgerolde darm nu veel korter wordt omdat het dier nu een echte vleeseter wordt en vanaf nu van insecten en andere ongewervelde dieren leeft. Verder vinden er nog tal van veranderingen in de huid plaats.
Overigens is het nu ook tijd om de diertjes de vrijheid te geven. Je bent nu immers in het bezit van kikkers en die zijn beschermd en het is verboden die in huis te hebben.

 

Vind je - na het lezen van dit stuk - dat alles erg ingewikkeld is en denk je dat je daarvoor toch geen tijd hebt? Begin er dan niet aan en laat het kikkerdril vooral waar het eigenlijk hoort: in de sloot!

 
Geschreven door Jelle Hofstra

« terug naar overzicht artikelen