Vogeltrek

Vogels zijn eigenlijk maar vreemde wezens die wij niet zo goed begrijpen. De hele dag zijn ze druk in de weer. Nest bouwen, broeden en zichzelf en jongen van eten voorzien. Soms zelfs twee of drie keer per jaar.
En dan op een dag dan zijn ze er plotseling niet meer. Waarom zijn ze nu die speciale dag vertrokken? Velen vertrekken al wanneer het nog hartje zomer is. Eten is er nog genoeg en het is bij ons de warmste tijd van het jaar.
Vragen genoeg om even bij stil te staan. Vragen waarop ook de geleerden altijd nog geen duidelijk antwoord hebben.

 

Trekvogels


Vogels die het hele jaar op dezelfde plaats blijven noemen we standvogels.
Vogels die wegtrekken uit hun broedgebied naar een 'winterkwartier' noemen we trekvogels. Bij aanvang van het volgende broedseizoen komen deze trekvogels uit hun overwinteringgebied terug naar hetzelfde broedgebied. Onze spreeuwen bijvoorbeeld overwinteren in Zuid Engeland en zwaluwen in Zuid Afrika, die moeten een afstand van circa 10.000 kilometer afleggen.

 

Van Noordpool naar Zuidpool

De recordhouder in lange afstand vliegen is de Noordse stern. Deze vogel broedt binnen de Noordpoolcirkel en overwintert in het Zuidpoolgebied. Hij heeft dan een afstand van circa 18.000 kilometer afgelegd. Dus wanneer hij weer terugvliegt naar het eigen broedgebied mogen we zeggen dat de vogel in bijna een jaar tijd de wereld is rondgevlogen!

 

Waardoor ontstaat de trekdrang?

Het onstaan van de trekdrang is een ingewikkeld probleem dat beslist nog niet helemaal opgelost is.
Men denkt dat de veranderingen van de daglengte (de tijd dat het licht is) bepaalde hormoonklieren prikkelt, zoals bijvoorbeeld de schildklier. Dat heeft weer gevolgen voor de stofwisseling, waardoor extra vet in het lichaam wordt opgeslagen. Deze vetlaag kan binnen enkele dagen opgebouwd worden en geeft de vogel genoeg reservevoedsel voor de lange vliegreis. Dat is ook wel nodig, want de brandganzen bijvoorbeeld, vliegen van Nova Zembla naar Nederland, een afstand van 3500 kilometer met maar enkele tussenstops.

 

Wat men vroeger dacht

Dat sommige vogels trekken, weten we nog niet zo lang. Vroeger dacht men dat de vogels die in het najaar wegvlogen en in het voorjaar weer terugkwamen, zich in de winter verborgen of een winterslaap hielden. Van de koekoek dacht men dat deze in de winter in een sperwer veranderde. En van de zwaluw dat deze de winter onder water doorbracht, weggekropen in de modder.
Doordat pas in 1899 een Deen (Mortensen) vogels een genummerd ringetje om de poot deed, kreeg men inzicht in het wonder van de vogeltrek. Jaarlijks worden nog miljoenen vogels geringd. In Nederland circa 80.000 stuks, in Amerika en Canada samen 600.000 stuks en in Rusland 200.000.

 

Geringde vogels

Vooral jonge vogels die bijna kunnen uitvliegen worden geringd. Verder worden ook nog vogels geringd op vangplaatsen die op een bepaalde trekroute liggen.
Helaas wordt niet iedere ring van een gestorven (of doodgeschoten) vogel teruggezonden. Het terugmeldingspercentage ligt op circa 0,5 %. Toch levert het ringen een schat aan informatie op over de vogel, broedgebied, trekroute, overwinteringgebied, leeftijd, huwelijkspartner, enzovoort.

 

Verschillen tussen trekvogels


Vogels trekken zowel overdag als 's nachts. Vooral het nachttrekken kan men tegenwoordig goed waarnemen met een radar. Echte dagtrekkers zijn kraaiachtigen, zwaluwen, spreeuwen, ganzen, ooievaars en roofvogels. Nachttrekkers zijn onder andere lijsterachtigen, wadvogels en eendensoorten.
Vogelsoorten hebben verschillende trekgewoonten. Ganzen vliegen de trekroute in één of twee vluchten en moeten dus teren op hun reservevoedsel. Zwaluwen echter moeten onderweg hun kostje opdoen en enige uren per dag besteden aan insecten vangen.
Ooievaars en veel roofvogels zijn thermiekvliegers. Dat betekent dat ze zich net als zweefvliegtuigen voort laten glijden in de opstijgende warme luchtstromen, bijna zonder met de vleugels te slaan. Dit gaat natuurlijk niet erg snel en men zegt ook wel dat de ooievaar een luie trekker is. Daar staat tegenover dat bijvoorbeeld de spreeuw met een snelheid van circa 75 kilometer per uur door de lucht raast.
Ook bestaat er nogal verschil in vlieghoogte tijdens de trek. Grutto's vliegen op wel zes kilometer hoogte en de meeste zangvogels op 1500 meter. Maar veel vogels komen nooit boven de honderd meter uit.

 
Verschenen in de Geaflecht van maart 1981

« terug naar overzicht artikelen