Zwanen

Zwanen behoren evenals de hoenderkoeten, ganzen en eenden tot de orde anseriformes. Binnen deze orde behoren alle zwanen tot het geslacht Cygnus. Over de hele wereld verspreid komen slechts 7 soorten zwanen voor. Dit is dus een zeer kleine groep. De 7 soorten die voorkomen zijn de :

  1. Knobbelzwaan     Cygnus olor
  2. Zwarte zwaan        Cygnus atratus
  3. Zwarthalszwaan       Cygnus melanocoryphus
  4. Wilde zwaan       Cygnus cygnus
  5. Trompetzwaan    Cygnus buccinator
  6. Kleine zwaan     Cygnus columbianus
  7. Fluitzwaan       Cygnus c columbianus

Van deze 7 soorten zijn 6 soorten nominaat vormen. Alleen de Fluitzwaan is een ondersoort van de Kleine zwaan. Alle 7 zwanen soorten zijn ook in Nederland waargenomen. De soorten van wilde herkomst zijn de Knobbel- de Wilde- en de Kleinezwaan. De Zwarthals- de Zwarte- de Trompet- en de Fluitzwaan komen wel in Nederland voor maar deze 4 soorten worden veel als parkvogels gehouden. Een waarneming van een van deze soorten heeft dan ook betrekking op een ontsnapte parkvogel. Met name de Zwarte zwaan voelt zich goed thuis in de Nederlandse natuur. Deze soort broed dan ook met succes in Nederland. Hieronder wil ik alleen de 3 wilde soorten in het kort beschrijven. Ten eerste de meest algemene soort de Knobbelzwaan.

 

De Knobbelzwaan


Knobbelzwaan. Foto Tjeerd Geertsma

De geschiedenis van de Knobbelzwaan zal iedereen wel bekend zijn. Van oudsher komt deze soort als wilde vogel in Nederland voor. Maar boeren hadden een grote hekel aan Knobbelzwanen op hun weilanden. Zij laten namelijk nog al stevige uitwerpselen achter. De Knobbelzwaan werd zo erg vervolgd (bejaagd) dat de soort in Nederland helemaal werd uitgeroeid. De soort kwam alleen nog in gevangenschap voor. Doordat er van deze gevangen exemplaren wisten te ontsnappen zag de Knobbelzwaan toch weer kans om in Nederland weer in het wild te broeden. Uit deze ontsnapte vogels is weer een totaal nieuwe wilde populatie ontstaan. De Knobbelzwaan is dus wel een inheemse soort maar de vogels die nu in Nederland voorkomen hebben allemaal tamme voorouders. In Nederland kan men twee vormen van de Knobbelzwaan tegenkomen. Dit zijn de gewone Nederlandse Knobbelzwaan maar ook komt hier de Poolse vorm voor. De Poolse vorm is goed van de inheemse vorm te onderscheiden door de pootkleur. Let er maar eens op. Met name in de winter maar ook wel in de zomer kun je Knobbelzwanen met grijze poten tegenkomen. Dit is de Poolse vorm. De inheemse Knobbelzwaan heeft zwarte poten. Als de vogels jongen hebben in het voorjaar zie je soms witte en grijze jongen bij een zwanen paartje. Hier kun je aan zien dat een van de ouder vogels van Poolse herkomst is. Let op de pootkleur van de oudervogels. Het is namelijk zo dat inheemse Knobbelzwanen grijze jongen hebben en Knobbelzwanen van de Poolse vorm hebben witte jongen. Dit is de oorzaak van het kleur verschil bij jonge Knobbelzwanen.

 

De Kleine zwaan.


Kleine zwaan. Foto: Tjeerd Geertsma

De Kleine zwaan is een opvallend stuk kleiner dan de Knobbelzwaan. De Kleine zwaan houd de lange nek meestal kaars recht terwijl de Knobbelzwaan de nek in een sierlijke bocht houd. Dit is een goed verschil tussen beide soorten. De Kleine zwaan heeft een korte gele vlek op de basis van de zwarte snavel. Ook dit is bruikbaar voor de determinatie. De Kleine zwaan is een echte wintergast in Nederland. In het zomer halfjaar is de Kleine zwaan niet in Nederland aanwezig. Mits oktober verschijnen de Kleine zwanen in grote groepen in Nederland. Als Foerageergebied zoekt de Kleine zwaan vaker bouwland dan grasland. Met name op de Kollumerwaard kunnen in de winter vele honderden Kleine zwanen aanwezig zijn. Mits april vertrekt de Kleine zwaan weer naar zijn broed gebieden die in arctisch Rusland liggen.

 

De Wilde zwaan.

De Wilde zwaan is ook een zwaan met zwarte snavel met een lange gele vlek op de snavel. De Wilde zwaan is nagenoeg even groot als de Knobbelzwaan. Van de zwanen die in het wild voorkomen is dit de minst algemene soort. Als er in een winter 1500 exemplaren geteld worden is dat al vrij veel. Een stuk minder talrijk dan de Kleine zwaan dus. Ook de Wilde zwaan is een echte wintergast die afwezig is van mei tot en met september. De Wilde zwaan is wel vaak te vinden in groepen Kleine zwanen. Zo tel ik elke winter ongeveer 30 exemplaren tussen de honderden Kleine zwanen op de Kollumerwaard. De broedgebieden van de Wilde zwaan liggen dichterbij dan die van de Kleine zwaan. In zuid Zweden broeden al Wilde zwanen. Maar de meeste broeden in Noord Rusland, Siberië en IJsland. Het lijkt erop dat de Wilde zwanen die op IJsland broeden niet in Nederland overwinteren.De vogels die in Nederland overwinteren komen dus van Scandinavië en Rusland.
Zoals gezegd zijn de 4 andere soorten met zekerheid afkomstig van parkvogels en zijn dus in Nederland uiteindelijk natuurvervalsers. Gelukkig zijn deze soorten niet erg agressief zodat ze in de Nederlandse natuur weinig schade aanrichten. Dit ligt wel even anders bij sommige Ganse soorten. Met name de steeds meer voorkomende Nijlgans is een zeer agressieve soort die niet in Nederland thuis hoort.

 
Thymen de Groot / Verschenen in de Geaflecht van maart 2001

« terug naar overzicht artikelen