22 maart 2022

Verslag lezing 'Waarom zingen vogels?'

Verslag lezing 'Waarom zingen vogels?'

Lezing van Dick de Vos : Waarom zingen vogels?

De zang van vogels heeft mensen altijd geboeid. En nieuwsgierig gemaakt. Waarom zingen vogels? Is elk liedje hetzelfde? Zingt elk vogeltje zoals het gebekt is? Is vogelzang muziek?

Ooit dachten mensen dat vogels zingen om hun emoties te uiten. Bv. blijheid of treurigheid. Ze zongen vast ook om God te eren en om mensen te troosten. Vogels leven immers in verschillende dimensies: lucht, aarde, water. Het waren boodschappers van genen zijde.

Vaak is er in de geschiedenis geprobeerd de vogelzang vast te leggen in woorden, tekensystemen en zelfs in een notenschrift. Vanaf de periode rond de tweede wereldoorlog had men de beschikking over sonogrammen. Daarbij wordt geluid visueel gemaakt door het afbeelden van de frequenties. Je ziet aan de hand van het streepjespatroon bv. of er veel variatie in zit of dat de zang rustig doorkabbelt.

Ook Dick de Vos heeft zijn steentje bijgedragen in het vastleggen van vogelzang. In zijn boek “Wat zingt daar?” toont hij een zangsleutel waarmee je de vogelzang kunt determineren. Ook zijn manier van lettergebruik en de plaats van woorden op een bladzij kunnen verhelderen hoe een zang klinkt. Grote, dikke letters voor luide zang of roep, kleine dunne letters voor het zachte liedje, etc.

Maar zo simpel is de wereld van de vogels niet. Want ze hebben allemaal een bedoeling met hun gezang. Het is functioneel. Ze bakenen met hun zang het territorium van hun keuze af en ze versieren er vrouwtjes mee. Want het zijn altijd de mannetjes die zingen. Er zijn wel zingende vrouwtjes, zoals bij de roodborst, maar de vogelzang bij vrouwtjesvogels is weggeraakt. Blijkbaar waren ze te druk met allerlei andere voortplantingszaken om de zang goed te onderhouden. En dan verdwijnt het na meerdere generaties.

Het blijkt van groot belang te zijn hoe groot je repertoire is of dat je een specialiteit hebt zoals de vinkenslag. Deze ‘slag’ aan het eind van het melodietje staat bij de vinkenvrouwen als zeer aantrekkelijk te boek. En een koolmees die met de twee tonen die hij gebruikt (tietuutietuu ) toch een uitgebreid repertoire weet te zingen kan ook rekenen op veel belangstelling van de dames. Want het is nu eenmaal zo in de vogelmaatschappij: vrouwtjes kiezen en mannen sloven zich uit.

Is de omgeving van invloed op de zang? Een merel zingt ’s morgens anders dan ’s avonds. Is het in de ochtend een vrij agressief lied , ’s avonds zingt hij rustiger met meer pauzes. In de buurt van snelwegen schijnt het zo te zijn dat koolmezen ‘luider’ zingen. Ze kiezen liedjes met een hogere toon om boven het lawaai uit te komen. Stadsvogels zouden ook luider zingen dan hun soortgenoten in het bos. En hoe zit het met de zang t.o.v. de verhoudingen onderling? Bij goudvinken blijkt dat de zang van het mannetje er niet toe doet. Hij blijft nl. zijn leven lang bij dezelfde partner, dus zingen om te versieren is niet nodig. De zang is dan ook nauwelijks ontwikkeld. Goudvinken kunnen wel goed imiteren. Ook andere vogels beheersen dat soms tot in perfectie. De Vos liet een opname horen van een Nieuw-Zeelandse vogel ( okerbuikprieelvogel) die een houtzagerij nadeed. Compleet met motorgeluiden, menselijke stemmen, snerpende geluiden. Meer vogels gebruiken imitatie. Een spreeuw liet horen welke geluiden allemaal op een boerderij te horen zijn en een gaai had uitgevonden hoe je een buizerd kunt nadoen. Waarom ze dit doen is niet bekend. Waarschijnlijk om de vrouwen te imponeren of om hun territorium af te bakenen. Interessant is hierbij dat trekvogels geluiden die ze onderweg oppikken aan hun repertoire toevoegen. Een bosrietzanger heeft geen eigen zang maar imiteert veel Zuid-Afrikaanse vogels en componeert zijn eigen liedje. In zijn zang zijn motieven van 99 Europese en 113 Afrikaanse soorten getraceerd. Aan de hand hiervan is zijn overwinteringsgebied en zelfs de trekroute te achterhalen. (bron: Wat zingt daar? Dick de Vos)

Het gemakkelijkst te herkennen zijn de vogels die hun eigen naam roepen. Dit noemen we onomatopeeën. Bekend is o.a. de koekoek, tjiftjaf, grutto, oehoe. Deze vogels zijn dus genoemd naar het geluid dat ze voortbrengen. Een andere manier om vogels te herkennen is het gebruiken van een ezelsbruggetje: Een bepaald liedje van de koolmees lijkt op een fiets pomp, de groene specht wordt vergeleken met een hinnikend paard, de geelgors zingt het begin van de vijfde van Beethoven. En zo zijn er nog meer.

Dat de zang van vogels en vooral hoe de mens hier mee omgaat een bron van vermaak kan zijn is te beluisteren bij talloze cabaretiers die er genoegen in scheppen de vogelaars op hun beurt te imiteren.

Dick de Vos heeft ons aan de hand van zijn boek meegenomen in de wondere zangwereld tijdens deze boeiende lezing.


« terug