19 februari 2026
Verslag lezing weidevogelbescherming in Zuid-Oost- en Zuid-West-Drenthe door Theo Scheper

Op 19 februari werden we door Theo Scheper (ex-voorzitter van Geaflecht) voorgelicht over de weidevogelbescherming in onze buurprovincie. Hoewel het voorjaar, zeker in het noorden van het land, lang op zich deed wachten, kon Theo ons vertellen dat de 1ste kieviten ondertussen waren gesignaleerd bij Dalen, Erp en Dwingeloo.

Voor Friese begrippen is de titel frappant breed. In Fryslân zijn we bekend met vogelwachten die elk hun eigen gebied kennen waarbinnen een afdeling van de BFVW (Bond voor Friese Vogelwachten) de weidevogels inventariseert en beschermt.

Provinciaal zorgt de BFVW dan voor de coördinatie. Van Theo begrepen we dat dit in Drentje heel anders is. Daar is geen provinciaal orgaan dat de beschermactiviteiten coördineert maar zijn de beschermers meer daar bezig waar zich (nog) vogels bevinden. Want hoewel ook in grote delen van Fryslân de weidevogels sterk onder druk staan, is die situatie in Drenthe zeker niet beter. Het verhaal is ondertussen bekend. De intensivering van de landbouw leidt tot meer (en eerdere) bewerkingen van gras- en bouwland, er is minder voedsel voor volwassen en met name jonge vogels beschikbaar en de dekking is bij vroeg maaien volledig weg waardoor jonge vogels meer kans lopen om door predatoren gegrepen te worden.

Theo en zijn vader pakken de bescherming van vogels vooral zelf op. Samen met andere liefhebbers inventariseren ze vogels en hebben contact met boeren om zo gezamenlijk “te redden wat er te redden valt”. Dit beschermen is ook daar een kwestie van vallen en opstaan omdat het niet altijd meevalt om alle partijen (beschermers, boeren en loonwerkers) op één lijn te krijgen voor een optimale bescherming. Toch worden er ook in Drenthe resultaten geboekt. Een gebied waar Theo en zijn vader veel actief zijn betreft De Deutlanden tussen Erm en Veenoord in ZO-Drenthe. De aanpak is vergelijkbaar met in Fryslân. Eerst kijken waar vogels zitten, dan inschatten waar ze broeden, dan met meerdere mensen gaan zoeken om de nesten in kaart te brengen en tenslotte om de boer/loonwerker ertoe te bewegen om zoveel mogelijk rekening met de gevonden/uitgekomen nesten te houden bij de werkzaamheden op het land.

In Drenthe werken ze daarbij ook met afrasteringen om met name de Wulp te beschermen. Door rondom een nest een stuk grond van 10 bij 10 m van een goed raster met stroomdraden te voorzien, maken grondpredatoren veel minder kans om de eieren te pakken te krijgen. De ouders hebben er geen probleem mee om zo’n stuk van 100 m2 vanuit de lucht te benaderen. Eenmaal uitgekomen en bij aanwezigheid van dekking, hebben de jonge wulpen zo toch een aanzienlijk grotere kans om vliegvlug te worden.
Daarnaast vertelde Theo diverse anekdotes over wat hij en zijn vader in de loop der jaren hadden meegemaakt. Wat daarbij o.a. opviel was een foto van een jonge haas die in dekking bijna niet te zien was. De foto was van korte afstand genomen. Dat het dier desondanks niet vluchtte zou een strategische zet van het dier zijn. Met blijven zitten loop je de kans om gegrepen te worden door een predator. Een jonge haas die vlucht heeft echter nog onvoldoende snelheid en de kunst onder de knie om op bijna volle snelheid haaks van richting te veranderen. Vluchten brengt daarmee meer risico met zich mee dan blijven zitten. Dat klinkt heel logisch.

Al met al mochten we zo genieten van een leerzame avond van Theo zijn belevenissen in de Drentse natuur.  

Wietze van der Meulen